Inklingo

jij teldeOok: jij becijferde

WerkwoordA1stem-changing (o>ue in present tense), regular in preterite ar
Een kind dat geconcentreerd een stapel rode houten blokken op een houten tafel telt.
infinitivecontar
gerundcontando
past Participlecontado

📝 In Actie

¿Cuántos libros contaste en la estantería?

A1

Hoeveel boeken telde jij op de plank?

Contaste las monedas rápidamente para ver si eran suficientes.

A2

Je telde de munten snel om te zien of het genoeg was.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • numeraste (jij nummerde)
  • calculaste (jij berekende)

Veelvoorkomende Collocaties

  • contar dinerogeld tellen
  • contar estrellassterren tellen

jij verteldeOok: jij verhaalde

WerkwoordA2past tense conjugation of 'contar' ar
Een spreker vertelt enthousiast een verhaal aan een aandachtig luisterend persoon tegenover hem.
infinitivecontar
gerundcontando
past Participlecontado

📝 In Actie

¿Qué le contaste a tu jefe sobre el error?

A2

Wat vertelde jij je baas over de fout?

Contaste una historia muy divertida en la fiesta.

B1

Je vertelde een heel grappig verhaal op het feest.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • dijiste (jij zei/vertelde (onregelmatig))
  • narraste (jij verhaalde)

Veelvoorkomende Collocaties

  • contar un secretoeen geheim vertellen
  • contar un chisteeen mop vertellen

jij vertrouwde opOok: jij rekende op

WerkwoordB1past tense conjugation of 'contar' ar
Een kleiner figuur leunt zwaar op een groter, stabiel figuur voor steun, wat afhankelijkheid illustreert.
infinitivecontar
gerundcontando
past Participlecontado

📝 In Actie

Contaste con su apoyo incondicional durante todo el proceso.

B1

Je vertrouwde op hun onvoorwaardelijke steun gedurende het hele proces.

Esperaba que vinieras porque contaste con mi ayuda.

B2

Ik wachtte tot je kwam omdat je op mijn hulp rekende.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • confiaste (jij vertrouwde)
  • dependiste (jij was afhankelijk)

Veelvoorkomende Collocaties

  • contar con alguienop iemand rekenen
  • contar con el tiemporekenen op tijd hebben

Indicative

Present

yocuento
cuentas
él/ella/ustedcuenta
nosotroscontamos
vosotroscontáis
ellos/ellas/ustedescuentan

Imperfect

yocontaba
contabas
él/ella/ustedcontaba
nosotroscontábamos
vosotroscontabais
ellos/ellas/ustedescontaban

Preterite

yoconté
contaste
él/ella/ustedcontó
nosotroscontamos
vosotroscontasteis
ellos/ellas/ustedescontaron

Subjunctive

Present Subjunctive

yocuente
cuentes
él/ella/ustedcuente
nosotroscontemos
vosotroscontéis
ellos/ellas/ustedescuenten

Imperfect Subjunctive

yocontara/contase
contaras/contases
él/ella/ustedcontara/contase
nosotroscontáramos/contásemos
vosotroscontarais/contaseis
ellos/ellas/ustedescontaran/contasen

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "contaste" in het Spaans:

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: contaste

Vraag 1 van 2

Welke Nederlandse zin gebruikt de betekenis van 'contaste' die verband houdt met vertellen correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
contar(tellen, vertellen)Werkwoord
el cuento(het verhaal, het fabeltje)Zelfstandig naamwoord
la cuenta(de rekening, de telling, het saldo)Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
gastastellegaste
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *computāre*, wat 'berekenen' of 'afwegen' betekent. Deze wortel verklaart zowel de betekenis van het tellen van getallen als de betekenis van het vertellen (afwegen) van een verhaal.

Eerste vermelding: 10th century (as 'contar')

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: contasteFrench: compter

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'contaste' en 'contabas'?

'Contaste' (Pretérito) betekent dat je de actie hebt voltooid: 'Jij telde/vertelde (eenmalig).' 'Contabas' (Imperfecto) betekent dat de actie in het verleden aan de gang was of gewoon was: 'Jij was aan het tellen/vertellen' of 'Jij telde/vertelde gewoonlijk.'

Welke persoon en tijd is 'contaste'?

'Contaste' is de 'tú' (informele jij) vorm in de onvoltooid verleden tijd (Pretérito). Het wordt gebruikt voor acties die je in het verleden hebt voltooid.