Inklingo

dicen

DEE-senˈdi.sen

zij zeggen, zij vertellen

Ook: jullie zeggen, jullie vertellen
WerkwoordA1irregular ir
Drie vrienden staan samen, duidelijk met elkaar pratend en gebarend in een kleurrijke omgeving, wat een specifieke sprekende groep voorstelt.
infinitivedecir
gerunddiciendo
past Participledicho

📝 In Actie

Mis amigos dicen que la película es buena.

A1

Mijn vrienden zeggen dat de film goed is.

Ellos siempre dicen la verdad.

A2

Zij vertellen altijd de waarheid.

Señores, ¿qué dicen ustedes sobre el plan?

B1

Heren, wat zeggen jullie van het plan?

Woordverbindingen

Synoniemen

  • afirman (zij bevestigen)
  • expresan (zij uiten)
  • comentan (zij becommentariëren)

Veelvoorkomende Collocaties

  • dicen la verdadzij vertellen de waarheid
  • dicen mentiraszij vertellen leugens
  • dicen que sí / nozij zeggen ja / nee

men zegt

Ook: het wordt gezegd, men zegt, het gerucht gaat
WerkwoordA2irregular ir
Een grote, diverse menigte mensen die dicht bij elkaar staan, met abstracte, kleurrijke geluidsgolven die zich snel tussen hen verspreiden, wat een wijdverbreid gerucht of algemene informatie symboliseert.
infinitivedecir
gerunddiciendo
past Participledicho

📝 In Actie

Dicen que va a llover mañana.

A2

Men zegt dat het morgen gaat regenen.

En Italia, dicen que no se debe beber capuchino después del mediodía.

B1

In Italië zeggen ze dat je na de middag geen cappuccino moet drinken.

Dicen que la risa es la mejor medicina.

B1

Men zegt dat lachen het beste medicijn is.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • se dice (het wordt gezegd)
  • cuentan (zij vertellen (zoals verhalen/geruchten))

Idiomen & Uitdrukkingen

  • digan lo que diganwat men ook zegt

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/usteddice
yodigo
dices
ellos/ellas/ustedesdicen
nosotrosdecimos
vosotrosdecís

imperfect

él/ella/usteddecía
yodecía
decías
ellos/ellas/ustedesdecían
nosotrosdecíamos
vosotrosdecíais

preterite

él/ella/usteddijo
yodije
dijiste
ellos/ellas/ustedesdijeron
nosotrosdijimos
vosotrosdijisteis

subjunctive

present

él/ella/usteddiga
yodiga
digas
ellos/ellas/ustedesdigan
nosotrosdigamos
vosotrosdigáis

imperfect

él/ella/usteddijera
yodijera
dijeras
ellos/ellas/ustedesdijeran
nosotrosdijéramos
vosotrosdijerais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "dicen" in het Spaans:

jullie vertellenjullie zeggenmen zegtzij vertellenzij zeggen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: dicen

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'dicen' om te praten over een algemene overtuiging en niet over een specifieke groep mensen?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
contradicenpredicen
📚 Etymologie

'Dicen' komt van het infinitief werkwoord 'decir', dat teruggaat tot het Latijnse woord 'dīcere'. Dit Latijnse woord betekende 'zeggen', 'spreken' of 'stellen'. Het is een fundamenteel woord voor communicatie dat al eeuwenlang voortleeft.

Eerste vermelding: 10th century (as 'decir')

Cognaten (Verwante woorden)

Italian: diconoFrench: disentPortuguese: dizem

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'dicen' en 'se dice'?

Ze lijken erg op elkaar als het gaat om algemene overtuigingen! Beide kunnen 'het wordt gezegd' of 'men zegt' betekenen. 'Dicen' voelt iets meer conversationeel, terwijl 'se dice' iets formeler kan klinken of als een feitelijke mededeling. Voor alledaagse gesprekken is 'dicen' perfect.

Hoe weet ik of 'dicen' 'zij zeggen' of 'jullie zeggen' betekent?

Het hangt allemaal af van de context. Als je in een groep bent en iemand stelt jullie een vraag, zal je antwoord met 'dicen' worden opgevat als 'jullie zeggen'. Als je *over* een andere groep mensen praat (bijv. je collega's), dan betekent 'dicen' 'zij zeggen'. Het gesprek maakt het duidelijk.