enseñó
“enseñó” betekent “onderwees” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
onderwees
Ook: leidde op
📝 In Actie
Mi abuela me enseñó a leer cuando era niña.
A1Mijn oma leerde me lezen toen ik klein was.
El profesor enseñó la lección sobre la historia de España ayer.
A2De professor gaf gisteren de les over de Spaanse geschiedenis.
¿Quién le enseñó a usted esa técnica tan avanzada?
B1Wie heeft u (formeel) geleerd om zo'n geavanceerde techniek te gebruiken?
toonde
Ook: liet zien, wees op
📝 In Actie
Ella me enseñó las fotos de su viaje a México.
A1Zij toonde mij de foto's van haar reis naar Mexico.
El guía nos enseñó la catedral más antigua de la ciudad.
A2De gids toonde ons de oudste kathedraal van de stad.
Él enseñó su frustración al romper el lápiz.
B1Hij toonde zijn frustratie door het potlood te breken.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: enseñó
Vraag 1 van 2
Welke Nederlandse vertaling is correct voor de zin: 'Mi jefe me enseñó el nuevo plan.'
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het werkwoord 'enseñar' komt van het Latijnse woord *insignare*, wat 'markeren' of 'aanduiden' betekende. Deze oorsprong verbindt duidelijk met beide moderne betekenissen: informatie aanduiden (onderwijzen) en een object aanduiden (tonen).
Eerste vermelding: Around the 10th-11th century in early Romance languages.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom klinkt 'enseñó' als 'hij onderwees' en 'u onderwees' (formeel)?
In het Spaans gebruikt de formele 'u' (usted) exact dezelfde werkwoordsuitgang als 'hij' (él) en 'zij' (ella). Je komt er meestal achter over wie het gaat door de context of door het gebruik van het voornaamwoord (usted).
Is 'enseñó' een regelmatige of onregelmatige werkwoordsvorm?
'Enseñó' komt van het werkwoord 'enseñar', wat een volledig regelmatig werkwoord is. Het volgt de standaardregels voor -ar werkwoorden in alle tijden, inclusief de onvoltooid verleden tijd (pretérito).

