han
“han” betekent “hebben” in het Spaans (Gebruikt voor een ander werkwoord, bv. 'zij hebben gegeten').
hebben

📝 In Actie
Ellos han terminado la tarea.
A2Zij hebben het huiswerk afgemaakt.
¿Ustedes ya han visto esa película?
A2Hebben jullie die film al gezien?
Mis padres no han llegado todavía.
B1Mijn ouders zijn nog niet aangekomen.
Los científicos han descubierto una nueva especie.
B2De wetenschappers hebben een nieuwe soort ontdekt.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "han" in het Spaans:
hebben→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: han
Vraag 1 van 2
Welke zin zegt correct 'Zij hebben de ramen geopend'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord 'habēre', wat 'hebben', 'vasthouden' of 'bezitten' betekende. In de loop van de tijd is de functie ervan in het Spaans verschoven van bezit naar het belangrijkste hulpwerkwoord om voltooide acties uit te drukken.
Eerste vermelding: Around the 10th century, in the earliest forms of Spanish.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'han' en 'son'?
'Han' komt van het werkwoord 'haber' en helpt bij het vormen van 'hebben gedaan'-acties (zoals 'han corrido' - zij zijn gerend). 'Son' komt van het werkwoord 'ser' en betekent 'zij zijn' (zoals 'son altos' - zij zijn lang).
Kan 'han' gebruikt worden voor één persoon?
Nee, 'han' is alleen voor een groep mensen ('zij') of wanneer je formeel tegen een groep spreekt ('jullie', Ustedes). Voor één persoon gebruik je 'ha' (bv. 'él ha comido' - hij heeft gegeten).