Inklingo

hechos

AY-chosˈeʧos

hechos betekent feiten in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

feiten, gebeurtenissen

Ook: daden
Een verzameling van vier felgekleurde, duidelijk verschillende geometrische blokken die op een plat oppervlak rusten, wat verifieerbare feiten symboliseert.

📝 In Actie

Necesitamos pruebas concretas y no solo opiniones; dame los hechos.

A2

We hebben concreet bewijs nodig en niet alleen meningen; geef me de feiten.

Los hechos de la semana pasada cambiaron todo el plan.

B1

De gebeurtenissen van vorige week hebben het hele plan veranderd.

El héroe fue recordado por sus valientes hechos.

B2

De held werd herinnerd om zijn dappere daden.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • datos (gegevens)
  • sucesos (voorvallen)

Antoniemen

  • ficción (fictie)

Veelvoorkomende Collocaties

  • los hechos realesde werkelijke feiten
  • un hecho consumadoeen voldongen feit

Idiomen & Uitdrukkingen

  • Poner los hechos sobre la mesaDe kaarten op tafel leggen/de feiten duidelijk presenteren

gemaakt, klaar

Ook: gekookt, afgewerkt
Twee felgeschilderde houten speelgoedvliegtuigen naast elkaar, wat illustreert dat items zijn geconstrueerd of gemaakt.
infinitivehacer (to make/to do)
gerundhaciendo (making/doing)
past Participlehecho (made/done)

📝 In Actie

Los postres están hechos. ¡Podemos comer ya!

A2

De desserts zijn klaar. We kunnen nu eten!

Esos muebles fueron hechos a mano por mi abuelo.

B1

Dat meubilair is met de hand gemaakt door mijn grootvader.

Los cambios están hechos y aprobados.

B2

De wijzigingen zijn gemaakt en goedgekeurd.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

  • por hacer (nog te doen)

Veelvoorkomende Collocaties

  • bien hechosgoed gemaakt

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "hechos" in het Spaans:

dadenfeitengebeurtenissen

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: hechos

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'hechos' als zelfstandig naamwoord (feiten/gebeurtenissen)?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
hacer(doen, maken)Werkwoord
hecho(feit, gedaan (enkelvoud))Zelfstandig naamwoord /
deshechos(ongedaan, puin)Bijvoeglijk naamwoord / Zelfstandig naamwoord
🎵 Rijmwoorden
techospechos
📚 Etymologie

Het woord komt van het Latijnse *factum*, wat 'een ding gedaan' of 'daad' betekent. Deze oude Latijnse wortel wordt gedeeld met de Nederlandse woorden 'feit' en 'feit' (in de zin van prestatie), wat de verbinding benadrukt tussen iets echts (een feit) en iets bereikts (een daad).

Eerste vermelding: 13th century (in similar forms)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: feitosItalian: fatti

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'hechos' (zelfstandig naamwoord) en 'hecho' (deelwoord)?

'Hechos' is het meervoudige mannelijke zelfstandig naamwoord dat 'feiten' of 'gebeurtenissen' betekent (Los hechos = De feiten). 'Hecho' is het onregelmatige voltooid deelwoord van het werkwoord 'hacer' (maken/doen). Wanneer het als bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt, verandert het van vorm (hecho, hecha, hechos, hechas), maar wanneer het wordt gebruikt met het hulpwerkwoord 'haber' (gedaan hebben), blijft het 'hecho'.

Aangezien 'hechos' van 'hacer' komt, waarom volgt 'hacer' niet het normale -er werkwoordpatroon?

'Hacer' is een van de zeer veelvoorkomende, krachtige werkwoorden in het Spaans die er al heel lang zijn. Deze werkwoorden behouden vaak hun oudere, onregelmatige vormen uit het Latijn. Dit betekent dat je de vormen van 'hacer' moet onthouden, inclusief het onregelmatige voltooid deelwoord 'hecho'.