llenas
“llenas” betekent “vol” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
vol
Ook: druk
📝 In Actie
Las bolsas de la compra están llenas.
A1De boodschappentassen zijn vol.
Mis clases están llenas de estudiantes nuevos.
A2Mijn lessen zitten vol nieuwe studenten.
Después de la comida, nos sentimos llenas.
A2Na de maaltijd voelen wij (vrouwen) ons vol.
jij vult
Ook: jij bent aan het vullen
📝 In Actie
¿Con qué llenas el termo cada mañana?
A1Waar vul jij de thermoskan elke ochtend mee?
Tú llenas el formulario con tu información.
A2Jij vult het formulier in met jouw informatie.
Dicen que tú llenas la habitación de energía positiva.
B1Ze zeggen dat jij de kamer vult met positieve energie.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "llenas" in het Spaans:
jij vult→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: llenas
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'llenas' als een actie (een werkwoord)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van de Latijnse term *plenus*, wat 'vol' betekent. In de loop van de tijd evolueerde de initiële 'pl-' klank naar de Spaanse 'll-', wat ons de moderne stam *llen-* gaf.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'llenas' en 'llena'?
'Llenas' (meervoud) heeft twee gebruiksdoelen: het is het bijvoeglijk naamwoord dat verwijst naar meerdere vrouwelijke dingen (bijv. 'las jarras llenas'), OF het is de werkwoordsvorm 'jij vult' (tú llenas). 'Llena' (enkelvoud) kan het bijvoeglijk naamwoord zijn dat verwijst naar één vrouwelijk ding ('la jarra llena') of de werkwoordsvorm 'hij/zij/het vult' ('él llena').
Hoe weet ik of 'llenas' het werkwoord of het bijvoeglijk naamwoord is?
Als het volgt op een zelfstandig naamwoord of een werkwoord zoals 'están' (zijn), is het het bijvoeglijk naamwoord dat het zelfstandig naamwoord beschrijft (bijv. 'Las mesas están llenas'). Als het volgt op het voornaamwoord 'tú' (jij) en gevolgd wordt door een lijdend voorwerp, is het het werkwoord (bijv. 'Tú llenas el cubo').

