pasen
“pasen” betekent “kom binnen” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
kom binnen, ga binnen
Ook: stap naar binnen
📝 In Actie
Pasen, por favor. Estamos listos para empezar la reunión.
A1Komt u binnen, alstublieft. We zijn klaar om de vergadering te beginnen.
¡Pasen! No se queden en la puerta.
A2Ga binnen! Blijf niet in de deuropening staan.
dat zij voorbijgaan/gebeuren, dat u (mv. formeel) doorbrengt
Ook: dat zij doorkomen
📝 In Actie
Quiero que pasen este examen sin problemas.
B1Ik wil dat zij/u (formeel) dit examen zonder problemen halen.
Espero que pasen unas vacaciones estupendas.
B2Ik hoop dat u (formele groep) een geweldige vakantie doorbrengt.
Dudo que pasen por el centro de la ciudad.
B2Ik betwijfel of zij door het stadscentrum gaan.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
Woorden die vertaald worden als "pasen" in het Spaans:
ga binnen→✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: pasen
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'pasen' als een direct bevel?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Vulgair Latijnse werkwoord *passare*, wat 'stappen' of 'lopen' betekent, wat zelf is afgeleid van *passus* (stap). Het is altijd verbonden geweest met beweging en overgang.
Eerste vermelding: Medieval Spanish (around 13th century)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Als ik informeel tegen mijn vrienden praat, moet ik dan nog steeds 'Pasen' zeggen?
Nee. 'Pasen' is het formele meervoudige bevel (voor 'ustedes'). Als je informeel tegen een groep vrienden spreekt, moet je het informele meervoudige bevel gebruiken (voornamelijk gebruikt in Spanje), wat '¡Pasad!' is (of 'Pásenle' in sommige delen van Latijns-Amerika).
Hoe verhoudt 'pasen' zich tot het woord 'paso'?
'Paso' betekent 'een stap' of 'een doorgang'. 'Pasen' is een vorm van het werkwoord 'pasar', wat 'een stap zetten' of 'voorbijgaan' betekent. Ze delen dezelfde wortel die verband houdt met beweging.

