Inklingo

tenías

te-NEE-ahs/teˈni.as/

je had

Ook: vroeger had je
WerkwoordA2irregular er
Een kind zit gelukkig op de grond, omringd door een grote verzameling kleurrijk speelgoed, wat het concept van bezit in het verleden illustreert.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Cuando eras niño, tenías muchos juguetes.

A2

Toen je een kind was, had je veel speelgoed.

Me dijiste que tenías una idea brillante para el proyecto.

B1

Je vertelde me dat je een briljant idee voor het project had.

Antes tenías el pelo más largo, ¿verdad?

A2

Vroeger had je korter haar, toch?

Woordverbindingen

Synoniemen

  • poseías (je bezat)

Antoniemen

  • carecías (je miste)

Veelvoorkomende Collocaties

  • tener razóngelijk hebben
  • tener suertegeluk hebben
  • tener sentidozinvol zijn / logisch zijn

je was

Ook: je voelde / je voelde je
WerkwoordA1irregular er
Een persoon volledig ingepakt in een dikke, gestreepte deken, zittend op een fauteuil en duidelijk rillend, wat de fysieke toestand van kou weergeeft.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

En esa foto, tenías solo cinco años.

A1

Op die foto was je maar vijf jaar oud.

Siempre tenías frío en la casa de tu abuela.

A2

Je had het altijd koud bij je grootmoeder thuis.

Recuerdo que tenías mucho miedo de la oscuridad.

A2

Ik herinner me dat je heel bang was voor het donker.

Woordverbindingen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • tener hambrehonger hebben
  • tener seddorst hebben
  • tener sueñoslaperig zijn
  • tener prisahaast hebben

je moest

WerkwoordA2irregular er
Een jong persoon zit aan een bureau vol boeken en papieren, ijverig schrijvend, terwijl hij verlangend naar een helder, open raam kijkt dat een zonnig park buiten toont.
infinitivetener
gerundteniendo
past Participletenido

📝 In Actie

Tenías que terminar la tarea antes de salir.

A2

Je moest de huiswerk afmaken voordat je wegging.

¿Por qué no viniste? ¿Tenías que trabajar?

B1

Waarom kwam je niet? Moest je werken?

Woordverbindingen

Synoniemen

  • debías (je zou moeten / je hoorde)
  • necesitabas (je moest / je had nodig om te)

Veelvoorkomende Collocaties

  • tener que hacer algoiets moeten doen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtiene
yotengo
tienes
ellos/ellas/ustedestienen
nosotrostenemos
vosotrostenéis

imperfect

él/ella/ustedtenía
yotenía
tenías
ellos/ellas/ustedestenían
nosotrosteníamos
vosotrosteníais

preterite

él/ella/ustedtuvo
yotuve
tuviste
ellos/ellas/ustedestuvieron
nosotrostuvimos
vosotrostuvisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtenga
yotenga
tengas
ellos/ellas/ustedestengan
nosotrostengamos
vosotrostengáis

imperfect

él/ella/ustedtuviera
yotuviera
tuvieras
ellos/ellas/ustedestuvieran
nosotrostuviéramos
vosotrostuvierais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "tenías" in het Spaans:

je hadje moestje was

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: tenías

Vraag 1 van 1

Welke zin gebruikt 'tenías' correct om een situatie in het verleden te beschrijven?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
veníasdecíaspodías
📚 Etymologie

'Tenías' komt van het werkwoord 'tener', dat voortkwam uit het Latijnse woord 'tenēre'. 'Tenēre' betekende 'vasthouden, bewaren, bezitten'. In de loop van de tijd behield het de kernbetekenis van dingen 'hebben', terwijl het ook alle extra functies op zich nam die het vandaag de dag in het Spaans heeft, zoals praten over leeftijd en gevoelens.

Eerste vermelding: 10th century (as 'tener')

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: tinhaItalian: tenereFrench: tenir

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'tenías' en 'tuviste'?

Goede vraag! Beide betekenen 'je had', maar ze spreken op verschillende manieren over het verleden. Gebruik 'tenías' voor beschrijvingen, voortdurende situaties of herhaalde acties in het verleden (wat je 'vroeger had' of 'aan het hebben was'). Gebruik 'tuviste' voor specifieke, voltooide acties die op één enkel moment plaatsvonden (wat je op dat moment 'had' of 'kreeg'). Bijvoorbeeld: 'Cuando eras niño, tenías una bici roja.' (Toen je een kind was, had je een rode fiets - voortdurende situatie). 'Ayer, tuviste una carta.' (Gisteren kreeg je een brief - eenmalige gebeurtenis).