Inklingo

toman

TOH-mahn/ˈtoman/

zij nemen, jullie nemen

Ook: zij grijpen, zij pakken op
WerkwoordA1regular ar
Twee figuren, een man en een vrouw, tillen samen een kleine bruine doos op.
infinitivetomar
gerundtomando
past Participletomado

📝 In Actie

Ellos toman la caja y la ponen en el estante.

A1

Zij nemen de doos en zetten die op de plank.

Ustedes toman sus sombreros antes de salir.

A2

Jullie pakken jullie hoeden voordat jullie weggaan (formeel bevel).

Los niños toman sus juguetes después de jugar.

A1

De kinderen ruimen hun speelgoed op na het spelen.

zij drinken, jullie drinken

Ook: zij nemen (lunch/koffie)
WerkwoordA1regular ar
Mexico and Central America
Twee mensen zitten aan een tafel en drinken uit mokken.
infinitivetomar
gerundtomando
past Participletomado

📝 In Actie

Ellos siempre toman café con leche por la mañana.

A1

Zij drinken 's ochtends altijd koffie verkeerd.

¿Qué toman ustedes? ¿Cerveza o vino?

A2

Wat drinken jullie? Bier of wijn?

zij nemen, zij nemen

Ook: zij adopteren, zij fotograferen
WerkwoordB1regular ar
Twee mensen stappen in bij een bushalte in een gele stadsbus.
infinitivetomar
gerundtomando
past Participletomado

📝 In Actie

Ellos toman el tren en la estación central todos los días.

A2

Zij nemen elke dag de trein op het centrale station.

Los directores toman una decisión importante sobre el proyecto.

B1

De directie neemt een belangrijke beslissing over het project.

Siempre toman muchas fotos cuando viajan a la montaña.

B1

Zij maken altijd veel foto's als ze naar de bergen reizen.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • tomar medidasmaatregelen nemen
  • tomar un descansoeen pauze nemen
  • tomar la iniciativahet initiatief nemen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedtoma
yotomo
tomas
ellos/ellas/ustedestoman
nosotrostomamos
vosotrostomáis

imperfect

él/ella/ustedtomaba
yotomaba
tomabas
ellos/ellas/ustedestomaban
nosotrostomábamos
vosotrostomabais

preterite

él/ella/ustedtomó
yotomé
tomaste
ellos/ellas/ustedestomaron
nosotrostomamos
vosotrostomasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedtome
yotome
tomes
ellos/ellas/ustedestomen
nosotrostomemos
vosotrostoméis

imperfect

él/ella/ustedtomara
yotomara
tomaras
ellos/ellas/ustedestomaran
nosotrostomáramos
vosotrostomarais

Vertaal naar het Spaans

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: toman

Vraag 1 van 2

Welke Nederlandse zin gebruikt correct de betekenis 'consumptie' van 'toman'?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
llamanqueman
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *appretiare*, wat 'grijpen' of 'in beslag nemen' betekent. In de loop van de tijd is de betekenis aanzienlijk verbreed tot het consumeren van dingen en het maken van keuzes.

Eerste vermelding: 13th century

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: tomarCatalan: tomar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'toman' en 'beben'?

'Toman' (van 'tomar') is veel breder. Het betekent 'nemen', 'grijpen', 'vervoer pakken', en 'drinken'. 'Beben' (van 'beber') betekent alleen 'drinken'. In veel Spaanssprekende landen is 'tomar' het gebruikelijker werkwoord voor het drinken van dranken.

Is 'toman' de tegenwoordige tijd of een bevel?

Het is beide! 'Ellos toman' betekent 'Zij nemen' (een feitelijke mededeling in de tegenwoordige tijd). '¡Ustedes, tomen!' betekent 'Jullie, neem!' (een bevel). De context bepaalt welke het is.