tú
“tú” betekent “jij” in het Spaans (tegen één persoon informeel spreken).
jij

📝 In Actie
¿Tú hablas español?
A1Spreek jij Spaans?
Tú eres mi mejor amigo.
A1Jij bent mijn beste vriend.
Creo que tú tienes razón.
A2Ik denk dat jij gelijk hebt.
¿Qué vas a hacer tú mañana?
A2Wat ga jij morgen doen?
🔀 Commonly Confused With
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: tú
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'tú' correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse woord 'tū', wat ook 'jij' betekende (de persoon tegen wie gesproken wordt). Het heeft zijn vorm en betekenis bijna onveranderd door duizenden jaren behouden.
Eerste vermelding: Before the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'tú' en 'tu'?
Het accent is alles! 'Tú' (met accent) is een voornaamwoord dat 'jij' betekent. 'Tu' (zonder accent) is een bezittelijk voornaamwoord dat 'jouw' betekent. Voorbeeld: 'Tú tienes tu libro.' (Jij hebt jouw boek.)
Wanneer kan ik 'tú' weglaten in een zin?
Meestal! In het Spaans geeft de werkwoordsvervoeging meestal aan over wie het gaat. Je kunt 'Cantas bien' zeggen in plaats van 'Tú cantas bien', en het betekent hetzelfde. Je hoeft 'tú' alleen toe te voegen voor nadruk of duidelijkheid.
Is 'vos' hetzelfde als 'tú'?
In wezen wel. 'Vos' wordt gebruikt in plaats van 'tú' in landen als Argentinië en Uruguay. Het betekent ook het informele 'jij', maar gebruikt net iets andere werkwoordsvormen. Als je in een land bent waar 'vos' gebruikelijk is, wil je het leren, maar voor de rest is 'tú' wat je het meest zult horen en gebruiken.