el
“el” betekent “de” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
de

📝 In Actie
El perro está en el jardín.
A1De hond is in de tuin.
Me gusta el color azul.
A1Ik hou van de kleur blauw.
El lunes tengo una cita.
A2Op maandag heb ik een afspraak.
degene
Ook: hij die / degene die, dat van
📝 In Actie
¿Cuál coche prefieres? Prefiero el rojo.
A2Welke auto heeft je voorkeur? Ik heb liever de rode.
Mi teléfono es viejo. El de mi hermana es nuevo.
B1Mijn telefoon is oud. Die van mijn zus is nieuw.
El que no arriesga, no gana.
B1Wie niet waagt, die niet wint.
🔀 Commonly Confused With
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: el
Vraag 1 van 3
Welke zin is correct?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse woord 'ille', wat 'die' of 'die daar' betekende. In de loop van de tijd is het verkort en werd het het standaardwoord voor 'de' in het Spaans.
Eerste vermelding: Around the 10th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'el' en 'él'?
Het zit hem allemaal in het streepje erboven, het accent! 'El' (geen accent) betekent 'de' en staat voor mannelijke zelfstandige naamwoorden (el coche - de auto). 'Él' (met accent) betekent 'hij' of 'hem' en verwijst naar een persoon (Él es alto - Hij is lang).
Waarom hebben Spaanse woorden 'el' of 'la'? Waarom kan ik niet gewoon het woord zeggen?
In het Spaans heeft bijna elk zelfstandig naamwoord een geslacht, mannelijk of vrouwelijk. 'El' of 'la' gebruiken is hoe je dat geslacht aangeeft. Het is een fundamenteel onderdeel van de taal, net als het toevoegen van 's' voor meervouden in het Nederlands. Je zult er met oefening aan wennen!
Wat zijn 'al' en 'del'?
Het zijn verplichte afkortingen. In plaats van 'a el' (naar de), moet je ze samenvoegen tot 'al'. In plaats van 'de el' (van de), moet je 'del' zeggen. Bijvoorbeeld: 'Voy al cine' (Ik ga naar de bioscoop), niet 'a el cine'.

