Hoe zeg je "autocar" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “autocar” is “autobús” — dit is de meest algemene en breed inzetbare term voor een 'autocar' in Spaanstalige landen, geschikt voor zowel stadsvervoer als langeafstandsbussen..
autobús
Voorbeelden
¿A qué hora pasa el próximo autobús?
Hoe laat komt de volgende bus?
bus
/boos//bus/

Voorbeelden
Tengo que tomar el bus para ir al trabajo.
Ik moet de bus nemen om naar mijn werk te gaan.
¿Sabes dónde está la parada de bus más cercana?
Weet jij waar de dichtstbijzijnde bushalte is?
El bus de las diez se retrasó por el tráfico.
De bus van tien uur had vertraging vanwege het verkeer.
Geslacht en Lidwoorden
Aangezien 'bus' een mannelijk/onzijdig zelfstandig naamwoord is (vaak als 'de' gebruikt in het Nederlands, maar Spaans gebruikt 'el'), gebruik je altijd de mannelijke lidwoorden: 'el bus' (de bus) of 'un bus' (een bus).
Verwarring tussen 'bus' en 'autobús'
Fout: “Het gebruik van 'autobús' in zeer informele, snelle spraak, terwijl 'bus' of 'micro' natuurlijker kan klinken.”
Correctie: 'Bus' is een zeer gebruikelijke, korte afkorting voor 'autobús' in veel regio's, vooral Spanje en Midden-Amerika.
camión
Voorbeelden
Tengo que tomar el camión para ir al centro.
Ik moet de bus nemen om naar het centrum te gaan.
Verwarring met 'camión'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
