Hoe zeg je "eiligheid" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “eiligheid” is “prisa” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Tengo prisa, no puedo hablar ahora.
Ik heb haast, ik kan nu niet praten.
¿Por qué tanta prisa? Tenemos tiempo.
Waarom zo'n spoed? We hebben tijd.
¡Date prisa o perderemos el tren!
Schiet op, anders missen we de trein!
Gebruik 'Tener' (hebben), niet 'Estar' (zijn)
In het Nederlands zeg je 'Ik heb haast'. In het Spaans gebruik je, net als in het Nederlands, het werkwoord 'tener' (hebben) om dit gevoel uit te drukken. Gebruik dus altijd 'tener'. Bijvoorbeeld: 'Tengo prisa' (Ik heb haast).
Zeggen 'Estoy prisa'
Fout: “Estoy prisa porque el autobús llega pronto.”
Correctie: Tengo prisa porque el autobús llega pronto. Onthoud dat je in het Spaans een 'haast' bezit of 'hebt', het is geen toestand waarin je 'bent' zoals in het Engels ('I am in a hurry').
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.