Hoe zeg je "spoed" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “spoed” is “prisa” — gebruik 'prisa' wanneer je haast hebt en er sprake kan zijn van enige hectiek of stress, wat de primaire betekenis van 'spoed' in het Nederlands dekt..
prisa
/PREE-sah//ˈpɾisa/

Voorbeelden
Tengo prisa, no puedo hablar ahora.
Ik heb haast, ik kan nu niet praten.
¿Por qué tanta prisa? Tenemos tiempo.
Waarom zo'n spoed? We hebben tijd.
¡Date prisa o perderemos el tren!
Schiet op, anders missen we de trein!
Gebruik 'Tener' (hebben), niet 'Estar' (zijn)
In het Nederlands zeg je 'Ik heb haast'. In het Spaans gebruik je, net als in het Nederlands, het werkwoord 'tener' (hebben) om dit gevoel uit te drukken. Gebruik dus altijd 'tener'. Bijvoorbeeld: 'Tengo prisa' (Ik heb haast).
Zeggen 'Estoy prisa'
Fout: “Estoy prisa porque el autobús llega pronto.”
Correctie: Tengo prisa porque el autobús llega pronto. Onthoud dat je in het Spaans een 'haast' bezit of 'hebt', het is geen toestand waarin je 'bent' zoals in het Engels ('I am in a hurry').
apuro
/ah-POO-roh//aˈpuɾo/

Voorbeelden
No tengo apuro, podemos hablar más tarde.
Ik heb geen haast, we kunnen later praten.
Caminaba con mucho apuro por la calle.
Hij liep met grote haast door de straat.
Apuro vs. Prisa
In Spanje is 'prisa' het standaardwoord voor haast. In delen van Latijns-Amerika wordt 'apuro' net zo vaak gebruikt om aan te geven dat je snel moet gaan.
Verwarring tussen 'prisa' en 'apuro'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

