Inklingo

Hoe zeg je "haast" in het Spaans

Dutch → Spaans

prisa

/PREE-sah//ˈpɾisa/

NounA1General
Gebruik 'prisa' wanneer je aangeeft dat je snel ergens naartoe moet of dat je weinig tijd hebt voor een actie.
Een cartoonfiguur op hoge snelheid rent extreem snel over een pad met bewegingslijnen, met een wijd opengesperde, gestreste uitdrukking om urgentie en haast over te brengen.

Voorbeelden

Tengo prisa, no puedo hablar ahora.

Ik heb haast, ik kan nu niet praten.

¿Por qué tanta prisa? Tenemos tiempo.

Waarom zo'n spoed? We hebben tijd.

¡Date prisa o perderemos el tren!

Schiet op, anders missen we de trein!

Gebruik 'Tener' (hebben), niet 'Estar' (zijn)

In het Nederlands zeg je 'Ik heb haast'. In het Spaans gebruik je, net als in het Nederlands, het werkwoord 'tener' (hebben) om dit gevoel uit te drukken. Gebruik dus altijd 'tener'. Bijvoorbeeld: 'Tengo prisa' (Ik heb haast).

Zeggen 'Estoy prisa'

Fout:Estoy prisa porque el autobús llega pronto.

Correctie: Tengo prisa porque el autobús llega pronto. Onthoud dat je in het Spaans een 'haast' bezit of 'hebt', het is geen toestand waarin je 'bent' zoals in het Engels ('I am in a hurry').

apuro

/ah-POO-roh//aˈpuɾo/

NounA2General
Gebruik 'apuro' om aan te geven dat je niet gehaast bent of dat er geen noodzaak is om snel te handelen.
Een persoon met een rugzak die snel een pad afrent met een stuk toast in zijn mond.

Voorbeelden

No tengo apuro, podemos hablar más tarde.

Ik heb geen haast, we kunnen later praten.

Caminaba con mucho apuro por la calle.

Hij liep met grote haast door de straat.

Apuro vs. Prisa

In Spanje is 'prisa' het standaardwoord voor haast. In delen van Latijns-Amerika wordt 'apuro' net zo vaak gebruikt om aan te geven dat je snel moet gaan.

urgencia

/oor-HEN-syah//uɾˈxensja/

NounA2General
Gebruik 'urgencia' specifiek wanneer het gaat om een dringende zaak of een situatie die onmiddellijke aandacht vereist.
Een rinkende rode alarmbel op een effen achtergrond met bewegingslijnen.

Voorbeelden

No hay ninguna urgencia, tómate tu tiempo.

Er is geen urgentie, neem je tijd.

Atendieron el asunto con mucha urgencia.

Ze hebben de zaak met grote urgentie afgehandeld.

Vrouwelijk Woordpatroon

De meeste Spaanse woorden die eindigen op '-cia' zijn vrouwelijk. Je moet er altijd vrouwelijke lidwoorden zoals 'la' of 'una' bij gebruiken.

Gebruik van 'urgencia' als bijvoeglijk naamwoord

Fout:Es muy urgencia.

Correctie: Es muy urgente.

Prisa vs. Apuro

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'prisa' en 'apuro'. 'Prisa' betekent echt 'haast hebben' (snel moeten zijn), terwijl 'apuro' vaak gebruikt wordt in de ontkenning ('no tener apuro') om aan te geven dat er juist géén haast is. Let goed op het verschil tussen 'snel moeten' en 'niet gehaast zijn'.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.