Hoe zeg je "het woord" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “het woord” is “verbo” — C1 niveau.
Dutch → SpaansC1
nounC1formal

Voorbeelden
El orador tenía un verbo fácil y elegante.
De spreker had een gemakkelijke en elegante manier van spreken.
Su verbo encendido inspiró a los trabajadores.
Zijn gepassioneerde spreektaal inspireerde de arbeiders.
En el principio era el Verbo.
In den beginne was het Woord.
Hoofdletters voor religie
Wanneer 'Verbo' verwijst naar het religieuze concept van 'Het Woord', wordt het meestal met een hoofdletter geschreven.
Misbruik van 'facilidad de verbo'
Fout: “Él tiene facilidad de verbo para correr.”
Correctie: Él tiene facilidad de verbo cuando habla en público.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.