Hoe zeg je "werkwoord" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “werkwoord” is “verbo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
'Comer' es un verbo regular.
'Eten' is een regelmatig werkwoord.
No entiendo cómo conjugar este verbo.
Ik begrijp niet hoe ik de uitgangen van dit werkwoord moet vervoegen.
Cada oración necesita al menos un verbo.
Elke zin heeft minstens één werkwoord nodig.
Werkwoorden drijven de zin voort
In het Spaans is het werkwoord de motor. Omdat de uitgang van het werkwoord verandert om aan te geven wie de actie uitvoert (ik, jij, wij), hoef je vaak geen woorden als 'yo' of 'tú' te gebruiken.
De 'V'-klank
Hoewel 'verbo' begint met een 'v', klinkt het in het Spaans precies als een zachte 'b'. Vermijd een vibrerend geluid met je tanden en lippen zoals je dat in het Nederlands doet.
De 'to' vergeten
Fout: “Quiero comer el verbo.”
Correctie: Quiero aprender el verbo.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.