Hoe zeg je "huwelijksplechtigheid" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “huwelijksplechtigheid” is “boda” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
La boda es el sábado por la tarde.
De bruiloft is op zaterdagmiddag.
Fuimos a la boda de mi prima en México.
We zijn naar de bruiloft van mijn nicht in Mexico geweest.
Están planeando una boda muy grande con más de doscientos invitados.
Ze plannen een heel grote bruiloft met meer dan tweehonderd gasten.
Altijd Vrouwelijk
Onthoud dat 'boda' een vrouwelijk woord is. Je zegt dus altijd 'la boda' (de bruiloft) of 'una boda' (een bruiloft). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse 'de bruiloft'.
'Boda' versus 'Matrimonio'
Fout: “Nederlandstalige leerders verwarren dit vaak met 'huwelijk'. 'Boda' beschrijft het evenement, het feest. 'Matrimonio' beschrijft meestal de staat van getrouwd zijn. Je zou dus niet zeggen: 'Ellos tienen una boda de 20 años.'”
Correctie: Zeg in plaats daarvan: 'Ellos tienen un matrimonio de 20 años.' (Zij hebben een huwelijk van 20 jaar.) Gebruik 'boda' voor de dag zelf: 'Su boda fue hace 20 años.' (Hun bruiloft was 20 jaar geleden.)
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.