Hoe zeg je "ik zeg" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “ik zeg” is “digo” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Yo siempre digo la verdad.
Ik vertel altijd de waarheid.
Cada mañana, le digo 'hola' a mi vecino.
Elke ochtend zeg ik 'hallo' tegen mijn buurman.
No te preocupes, yo se lo digo.
Geen zorgen, ik zal het hem/haar vertellen.
De 'Yo'-vorm van 'Decir'
'Digo' is de 'ik'-vorm van het werkwoord 'decir' (zeggen/vertellen) in de tegenwoordige tijd. Merk op hoe de 'c' verandert in een 'g'. Deze '-go'-uitgang voor de 'yo'-vorm is gebruikelijk bij andere belangrijke werkwoorden zoals 'hago' (ik doe) en 'tengo' (ik heb).
'Digo' versus 'Hablo'
Fout: “Het gebruik van 'digo' om 'ik spreek (een taal)' te betekenen. Bijvoorbeeld: 'Digo español.'”
Correctie: Gebruik 'hablo' voor het spreken van een taal: 'Hablo español.' Gebruik 'digo' voor het zeggen van specifieke woorden of het vertellen van informatie: 'Digo la verdad' (Ik vertel de waarheid).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.