digo
“digo” betekent “Ik zeg” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
Ik zeg, Ik vertel
Ook: Ik bedoel
📝 In Actie
Yo siempre digo la verdad.
A1Ik vertel altijd de waarheid.
Cada mañana, le digo 'hola' a mi vecino.
A1Elke ochtend zeg ik 'hallo' tegen mijn buurman.
No te preocupes, yo se lo digo.
A2Geen zorgen, ik zal het hem/haar vertellen.
Ik bedoel
Ook: of beter gezegd
📝 In Actie
Nos vemos el martes... digo, el miércoles.
B1We zien elkaar dinsdag... ik bedoel, woensdag.
Ella es de Argentina, digo, de Chile. Siempre las confundo.
B1Zij komt uit Argentinië, of beter gezegd, uit Chili. Ik haal ze altijd door elkaar.
¡Qué frío hace! ¡Digo!
B2Het is zo koud! Zeg ik!
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: digo
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'digo' om een fout te corrigeren?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt van het Latijnse werkwoord 'dīcere', wat 'zeggen' of 'spreken' betekende. De 'yo'-vorm in het Latijn was 'dīcō', wat erg lijkt op het huidige 'digo'!
Eerste vermelding: Derived from Latin, it has been part of Spanish since its earliest forms.
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Waarom verandert 'decir' in 'digo' voor de 'ik'-vorm?
Het is een onregelmatig werkwoord! Veel van de meest voorkomende werkwoorden in het Spaans hebben een speciale 'yo'-vorm in de tegenwoordige tijd die eindigt op '-go', zoals 'tengo' (van tener) en 'hago' (van hacer). Je moet ze gewoon memoriseren, maar je zult ze zo vaak zien dat ze tweede natuur worden.
Wat is het verschil tussen 'digo' en 'le digo'?
'Digo' betekent gewoon 'ik zeg' of 'ik vertel'. Wanneer je 'le digo' ziet, betekent het 'ik zeg/vertel het hem' of 'ik zeg/vertel het haar'. De 'le' is een klein woordje dat wijst naar de persoon die de informatie ontvangt. Bijvoorbeeld: 'Digo la respuesta' (Ik zeg het antwoord) versus 'Le digo la respuesta' (Ik vertel hem/haar het antwoord).

