Inklingo

Hoe zeg je "jij" in het Spaans

Dutch → Spaans

voornaamwoordA1informeel
Gebruik 'tú' als je direct tegen één persoon informeel praat, vergelijkbaar met het Nederlandse 'jij' of 'je' als onderwerp.

Voorbeelden

¿Tú hablas español?

Spreek jij Spaans?

ti

voornaamwoordA1informeel
Gebruik 'ti' na een voorzetsel, wanneer 'jij' de lijdende vorm of het meewerkend voorwerp is, zoals in 'voor jou' of 'aan jou'.

Voorbeelden

Este regalo es para ti.

Dit cadeau is voor jou.

vos

vohsbos

voornaamwoordA2informeel
Gebruik 'vos' in voseo-gebieden als een vertrouwde aanspreekvorm voor één persoon, waarbij het werkwoord vaak ook een andere vorm krijgt.
Een vriendelijke jonge vrouw lacht en wijst rechtstreeks naar een enkele jonge man, wat het concept van directe, vertrouwde aanspreekvorm illustreert.

Voorbeelden

Vos tenés que terminar tu tarea antes de salir.

Je moet je huiswerk afmaken voordat je weggaat.

¿Qué hacés esta noche, vos?

Wat ga jij vanavond doen, jij?

Vení a mi casa el domingo; vamos a almorzar.

Kom zondag naar mijn huis; we gaan lunchen. (Let op: de gebiedende wijs 'Vení' wordt gebruikt.)

De Functie van Vos

'Vos' betekent 'jij' (enkelvoud) en wordt gebruikt in vertrouwde situaties, net als 'tú'. Het belangrijkste verschil is dat het gebruik van 'vos' de uitgang van het werkwoord verandert.

Hoe Regelmatige Werkwoorden Veranderen

Voor 'vos' laten regelmatige werkwoorden de 'i' of 'e' vallen van de 'tú'-vorm en verschuift de klemtoon naar de laatste lettergreep (vaak met een accentteken). Voorbeeld: 'tú hablas' wordt 'vos hablás'; 'tú comes' wordt 'vos comés'.

Eenvoudige Geboden (Imperatief)

Om iemand die je met 'vos' aanspreekt te vertellen wat hij moet doen, neem je het infinitief (de basisvorm van het werkwoord, zoals 'comer'), verwijder je de 'r' en plaats je een accent op de laatste klinker. Voorbeeld: 'Comer' wordt het gebod 'Comé' (Eet!).

Voornaamwoord en Werkwoord Verwarren

Fout:Het gebruik van 'vos' met een 'tú'-werkwoordsvorm, zoals: 'Vos hablas bien.'

Correctie: Zorg altijd dat het voornaamwoord en de werkwoordsvorm overeenkomen: 'Vos hablás bien.' (Jij spreekt goed.)

Het verschil tussen 'tú' en 'ti'

De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'tú' en 'ti'. Onthoud: 'tú' is het onderwerp (wie doet iets?), terwijl 'ti' na een voorzetsel komt (voor wie, aan wie, met wie?). Luister goed naar de context om de juiste te kiezen.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.