Hoe zeg je "jij" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “jij” is “tú” — gebruik 'tú' als je direct tegen één persoon informeel praat, vergelijkbaar met het Nederlandse 'jij' of 'je' als onderwerp.
Gebruik 'tú' als je direct tegen één persoon informeel praat, vergelijkbaar met het Nederlandse 'jij' of 'je' als onderwerp.
Meer leren →Gebruik 'ti' na een voorzetsel, wanneer 'jij' de lijdende vorm of het meewerkend voorwerp is, zoals in 'voor jou' of 'aan jou'.
Meer leren →Gebruik 'vos' in voseo-gebieden als een vertrouwde aanspreekvorm voor één persoon, waarbij het werkwoord vaak ook een andere vorm krijgt.
Meer leren →Voorbeelden
¿Tú hablas español?
Spreek jij Spaans?
Voorbeelden
Este regalo es para ti.
Dit cadeau is voor jou.
vohsbos

Voorbeelden
Vos tenés que terminar tu tarea antes de salir.
Je moet je huiswerk afmaken voordat je weggaat.
¿Qué hacés esta noche, vos?
Wat ga jij vanavond doen, jij?
Vení a mi casa el domingo; vamos a almorzar.
Kom zondag naar mijn huis; we gaan lunchen. (Let op: de gebiedende wijs 'Vení' wordt gebruikt.)
De Functie van Vos
'Vos' betekent 'jij' (enkelvoud) en wordt gebruikt in vertrouwde situaties, net als 'tú'. Het belangrijkste verschil is dat het gebruik van 'vos' de uitgang van het werkwoord verandert.
Hoe Regelmatige Werkwoorden Veranderen
Voor 'vos' laten regelmatige werkwoorden de 'i' of 'e' vallen van de 'tú'-vorm en verschuift de klemtoon naar de laatste lettergreep (vaak met een accentteken). Voorbeeld: 'tú hablas' wordt 'vos hablás'; 'tú comes' wordt 'vos comés'.
Eenvoudige Geboden (Imperatief)
Om iemand die je met 'vos' aanspreekt te vertellen wat hij moet doen, neem je het infinitief (de basisvorm van het werkwoord, zoals 'comer'), verwijder je de 'r' en plaats je een accent op de laatste klinker. Voorbeeld: 'Comer' wordt het gebod 'Comé' (Eet!).
Voornaamwoord en Werkwoord Verwarren
Fout: “Het gebruik van 'vos' met een 'tú'-werkwoordsvorm, zoals: 'Vos hablas bien.'”
Correctie: Zorg altijd dat het voornaamwoord en de werkwoordsvorm overeenkomen: 'Vos hablás bien.' (Jij spreekt goed.)
Het verschil tussen 'tú' en 'ti'
De meest gemaakte fout is het door elkaar halen van 'tú' en 'ti'. Onthoud: 'tú' is het onderwerp (wie doet iets?), terwijl 'ti' na een voorzetsel komt (voor wie, aan wie, met wie?). Luister goed naar de context om de juiste te kiezen.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
