Hoe zeg je "noord" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “noord” is “norte” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
La brújula siempre apunta al norte.
Het kompas wijst altijd naar het noorden.
Mi casa está al norte de la ciudad.
Mijn huis ligt ten noorden van de stad.
El viento del norte es muy frío.
De noordenwind is erg koud.
Gebruik van 'el' bij Richtingen
In het Spaans gebruik je vaak 'el' voor windrichtingen zoals 'el norte' of 'el sur', vooral als je het over hen hebt als concept of regio. Bijvoorbeeld: 'El norte de España es verde' (Het noorden van Spanje is groen).
Richting versus Locatie
Fout: “'Mi casa está norte de la ciudad.'”
Correctie: 'Mi casa está AL norte de la ciudad.' Als je wilt zeggen dat iets 'ten noorden VAN' iets anders ligt, heb je het kleine woordje 'al' nodig. Dit is een combinatie van 'a' (naar) en 'el' (de/het).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.