Hoe zeg je "pan" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “pan” is “olla” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Pon la olla en el fuego para hervir el agua.
Zet de pan op het vuur om het water te koken.
Necesito una olla más grande para la sopa.
Ik heb een grotere pan nodig voor de soep.
Vrouwelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel het eindigt op 'a', moet je onthouden dat je altijd 'la' ervoor gebruikt: 'la olla'. Dit is vergelijkbaar met hoe sommige Nederlandse zelfstandige naamwoorden een vast lidwoord hebben, maar hier is het altijd 'de' (de pan), maar in het Spaans is het 'la'.
Olla versus Sartén
Fout: “'Olla' gebruiken om een ei te bakken.”
Correctie: Gebruik 'olla' om te koken of soepen te maken, en 'sartén' om te bakken of omeletten te maken. Dit is vergelijkbaar met het verschil tussen een kookpan en een koekenpan in het Nederlands.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.