Hoe zeg je "speel jij?" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “speel jij?” is “juegas” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿A qué juegas en tu tiempo libre?
Wat speel je (of welke spellen speel je) in je vrije tijd?
Si juegas bien, podemos ganar el partido.
Als jij goed speelt, kunnen we de wedstrijd winnen.
Sé que juegas muy bien al ajedrez.
Ik weet dat jij heel goed schaak speelt.
Gebruik van 'jugar a'
Wanneer je het over specifieke spellen of sporten hebt, heeft 'jugar' meestal het voorzetsel 'a' (naar/aan) nodig direct vóór het spel: 'Juegas al tenis' (Jij speelt tennis).
De Stamwisseling
De 'u' in het woord verandert in 'ue' in de meeste tegenwoordige tijdsvormen, zoals in 'juegas'. Onthoud dat 'nosotros' (jugamos) en 'vosotros' (jugáis) de uitzonderingen zijn en de 'u' behouden.
Verwarring tussen 'Jugar' en 'Tocar'
Fout: “Het gebruik van 'tocar' voor sporten (bijv. *tú tocas fútbol*).”
Correctie: Gebruik 'jugar' voor spellen en sporten ('tú juegas fútbol') en 'tocar' voor muziekinstrumenten of het aanraken van objecten.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.