Inklingo

juegas

HWEH-gahsˈxwe.ɣas

juegas betekent jij speelt in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:

jij speelt, jij bent aan het spelen

Ook: speel jij?
WerkwoordA1irregular (stem-changing u>ue) ar
Een vrolijk kind dat op een kleurrijk tapijt zit en grote houten bouwblokken stapelt.
infinitivejugar
gerundjugando
past Participlejugado

📝 In Actie

¿A qué juegas en tu tiempo libre?

A1

Wat speel je (of welke spellen speel je) in je vrije tijd?

Si juegas bien, podemos ganar el partido.

A2

Als jij goed speelt, kunnen we de wedstrijd winnen.

Sé que juegas muy bien al ajedrez.

A2

Ik weet dat jij heel goed schaak speelt.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • competir (concurreren)
  • entretenerse (zich vermaken)

Veelvoorkomende Collocaties

  • jugar al fútbolvoetballen
  • jugar a las cartaskaarten spelen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • jugar limpioeerlijk spelen; eerlijk zijn

jij gokt, jij zet in

Ook: jij neemt een risico
WerkwoordB1irregular (stem-changing u>ue) ar
Een hand die een hoge stapel rode, blauwe en witte gokfiches op een groen vilt oppervlak plaatst.
infinitivejugar
gerundjugando
past Participlejugado

📝 In Actie

¿Juegas mucho en el casino?

B1

Gok jij veel in het casino?

Juegas con fuego si sigues mintiendo.

B2

Je speelt met vuur (neemt een groot risico) als je blijft liegen.

Me pregunto cuánto dinero juegas cada semana.

B1

Ik vraag me af hoeveel geld jij elke week inzet.

Woordverbindingen

Synoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • jugar dinerogeld inzetten
  • jugar con la vidamet je leven spelen

Idiomen & Uitdrukkingen

  • jugar suciovalsspelen; oneerlijk vechten

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedjuega
yojuego
juegas
ellos/ellas/ustedesjuegan
nosotrosjugamos
vosotrosjugáis

imperfect

él/ella/ustedjugaba
yojugaba
jugabas
ellos/ellas/ustedesjugaban
nosotrosjugábamos
vosotrosjugabais

preterite

él/ella/ustedjugó
yojugué
jugaste
ellos/ellas/ustedesjugaron
nosotrosjugamos
vosotrosjugasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedjuegue
yojuegue
juegues
ellos/ellas/ustedesjueguen
nosotrosjuguemos
vosotrosjuguéis

imperfect

él/ella/ustedjugara
yojugara
jugaras
ellos/ellas/ustedesjugaran
nosotrosjugáramos
vosotrosjugarais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "juegas" in het Spaans:

jij goktjij speeltspeel jij?

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: juegas

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'juegas' in de figuurlijke zin (wat betekent 'riskeren of gokken')?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
llegasriegas
📚 Etymologie

Komt van het Latijnse werkwoord *jocare*, wat 'grappen maken' of 'plagen' betekende. In de loop van de tijd breidde de betekenis zich in het Spaans uit naar het idee van spelletjes spelen en plezier maken, net zoals het Nederlands 'spelen' gebruikt.

Eerste vermelding: Old Spanish (around 10th-11th century)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: jogarFrench: jouer

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Als ik iemand wil vragen: 'Ben je nu aan het spelen?', moet ik dan 'juegas' gebruiken?

Ja! In het Spaans wordt de simpele tegenwoordige tijd ('tú juegas') vaak gebruikt om zowel 'jij speelt' (gewoonlijk) als 'jij bent aan het spelen' (nu) aan te duiden. Dus, '¿Juegas ahora?' is volkomen natuurlijk.

Is 'juegas' formeel of informeel?

'Juegas' gebruikt de 'tú'-vorm, wat de informele manier is om één persoon aan te spreken (zoals een vriend, familielid of kind). Als je formeel moet zijn of een oudere moet aanspreken, gebruik je 'usted juega'.