Hoe zeg je "stoornis" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “stoornis” is “trastorno” — gebruik 'trastorno' voor medische of psychische aandoeningen, zoals angststoornissen, eetstoornissen of ontwikkelingsstoornissen.
trastorno
tras-TOR-notɾasˈtoɾno

Voorbeelden
El niño tiene un trastorno del espectro autista.
Het kind heeft een autismespectrumstoornis.
El psicólogo diagnosticó un trastorno de ansiedad.
De psycholoog stelde een angststoornis vast.
Perder el tren fue un gran trastorno para nuestro viaje.
De trein missen was een grote hinder voor onze reis.
La nueva ley provocó un trastorno en el mercado inmobiliario.
De nieuwe wet veroorzaakte een omwenteling in de vastgoedmarkt.
Altijd Mannelijk
Zelfs als de persoon die aan de stoornis lijdt vrouwelijk is, blijft het woord 'trastorno' altijd mannelijk: 'Ella tiene un trastorno'.
Werkwoorden om mee te gebruiken
Bij het praten over levensproblemen, gebruik 'causar' (veroorzaken) of 'suponer' (betekenen/inhouden). Voorbeeld: 'Esto supone un trastorno' (Dit is een hinder).
Het zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord verwarren
Fout: “Estoy muy trastorno.”
Correctie: Estoy muy trastornado (Ik ben erg van streek/verstoord). Gebruik 'trastorno' voor het 'ding' en 'trastornado' voor de 'persoon'.
afección
Voorbeelden
La afección de la piel desapareció con la crema.
De huidaandoening verdween met de crème.
Trastorno vs. Afección
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
