Hoe zeg je "voornaam" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “voornaam” is “nombre” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
¿Cuál es tu nombre?
Wat is uw naam?
Mi nombre es Sofía.
Mijn naam is Sofía.
Le pusieron el nombre de su abuela.
Ze gaven haar de naam van haar grootmoeder.
Altijd een 'mannelijk' woord
Zelfs als het de naam van een vrouw is, is het woord 'nombre' zelf altijd mannelijk. Je zegt dus 'el nombre' (de naam) of 'un nombre bonito' (een mooie naam). Dit is anders dan in het Nederlands, waar het lidwoord afhangt van het zelfstandig naamwoord zelf, niet van de betekenis.
Verwarring tussen 'nombre' en 'apellido'
Fout: “Pensé que tu nombre era García.”
Correctie: Pensé que tu apellido era García. Gebruik 'nombre' voor een voornaam (zoals 'David') en 'apellido' voor een achternaam (zoals 'García'). In het Nederlands gebruiken we vaak 'voornaam' en 'achternaam'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.