Hoe zeg je "naam" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “naam” is “nombre” — gebruik dit woord als je het hebt over de voornaam van een persoon of een algemene, gevestigde reputatie in een bepaald veld..
nombre
/nom-breh//ˈnom.bɾe/

Voorbeelden
¿Cuál es tu nombre?
Wat is uw naam?
Mi nombre es Sofía.
Mijn naam is Sofía.
Le pusieron el nombre de su abuela.
Ze gaven haar de naam van haar grootmoeder.
Es una científica de gran nombre en su campo.
Zij is een wetenschapper met een grote naam/reputatie op haar vakgebied.
Altijd een 'mannelijk' woord
Zelfs als het de naam van een vrouw is, is het woord 'nombre' zelf altijd mannelijk. Je zegt dus 'el nombre' (de naam) of 'un nombre bonito' (een mooie naam). Dit is anders dan in het Nederlands, waar het lidwoord afhangt van het zelfstandig naamwoord zelf, niet van de betekenis.
Verwarring tussen 'nombre' en 'apellido'
Fout: “Pensé que tu nombre era García.”
Correctie: Pensé que tu apellido era García. Gebruik 'nombre' voor een voornaam (zoals 'David') en 'apellido' voor een achternaam (zoals 'García'). In het Nederlands gebruiken we vaak 'voornaam' en 'achternaam'.
fama
FAH-mah/ˈfa.ma/

Voorbeelden
Ese hotel tiene fama de tener el mejor servicio de la ciudad.
Dat hotel heeft de reputatie de beste service van de stad te hebben.
Perdió su buena fama después del escándalo.
Hij verloor zijn goede reputatie na het schandaal.
reputación
Voorbeelden
Ella tiene una reputación excelente como doctora.
Zij heeft een uitstekende reputatie als dokter.
Verwarring tussen 'nombre', 'fama' en 'reputación'
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.

