Hoe zeg je "zal" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “zal” is “va” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
Verb (part of a phrase)A1

Voorbeelden
Él va a llamar más tarde.
Hij gaat later bellen.
Creo que va a llover.
Ik denk dat het gaat regenen.
¿Qué va a hacer usted mañana?
Wat gaat u morgen doen?
De 'Gaan' Toekomst Formule
Om te zeggen wat er gaat gebeuren, gebruik je dit simpele recept: 'va' + 'a' + de basisvorm van een actiewerkwoord (zoals comer, hablar, vivir).
De 'a' vergeten
Fout: “Fout: Ella va estudiar.”
Correctie: Correct: Ella va a estudiar. Je hebt altijd het kleine woordje 'a' nodig om 'va' te verbinden met de volgende actie.
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.