Hoe zeg je "gaat" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “gaat” is “va” — gebruik 'va' als het onderwerp 'hij', 'zij' of 'het' is en 'gaat' slaat op een huidige handeling of beweging..
va
/ba//ba/

Voorbeelden
Ella va al mercado todos los días.
Zij gaat elke dag naar de markt.
El tren va a Madrid.
De trein gaat naar Madrid.
Disculpe, ¿usted va a la estación?
Pardon, gaat u naar het station?
Él va a llamar más tarde.
Hij gaat later bellen.
Het Werkwoord 'Ir' (Gaan)
'Va' komt van het werkwoord 'ir'. Het is de vervoeging die je gebruikt voor één persoon of ding waar je het over hebt (hij, zij, het) of voor het formele 'u'.
De 'Gaan' Toekomst Formule
Om te zeggen wat er gaat gebeuren, gebruik je dit simpele recept: 'va' + 'a' + de basisvorm van een actiewerkwoord (zoals comer, hablar, vivir).
De 'a' voor de bestemming vergeten
Fout: “Fout: Él va el parque.”
Correctie: Correct: Él va al parque. Als je NAAR een plaats gaat, heb je bijna altijd het kleine woordje 'a' nodig na 'va'.
De 'a' vergeten
Fout: “Fout: Ella va estudiar.”
Correctie: Correct: Ella va a estudiar. Je hebt altijd het kleine woordje 'a' nodig om 'va' te verbinden met de volgende actie.
va
Voorbeelden
Él va a llamar más tarde.
Hij gaat later bellen.
Voorbeelden
Mi hermano irá a la universidad el próximo año.
Mijn broer zal volgend jaar naar de universiteit gaan.
Verwarring tussen 'va' en 'irá'
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
