Inklingo

acabas

ah-CAH-bahs/aˈkaβas/

jij maakt af, jij beëindigt

Ook: jij gebruikt op
WerkwoordA1regular ar
Een kleurrijke illustratie van een kind dat glimlacht terwijl het het laatste stukje in een voltooide legpuzzel legt.
infinitiveacabar
gerundacabando
past Participleacabado

📝 In Actie

¿A qué hora acabas tu clase de español hoy?

A1

Hoe laat maak jij je Spaanse les vandaag af?

Si acabas con todo el pan, tenemos que ir a comprar más.

A2

Als jij al het brood opeet, moeten we meer gaan kopen.

Siempre acabas lo que empiezas, lo cual es admirable.

B1

Jij maakt altijd af wat je begint, wat bewonderenswaardig is.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • terminas (jij maakt af)
  • finalizas (jij finaliseert)

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • acabar la carrerade race/studie afronden
  • acabar el proyectohet project afmaken

Idiomen & Uitdrukkingen

  • acabar en nadaop niets uitlopen; zinloos zijn

jij hebt net (iets gedaan)

WerkwoordA2periphrasis component ar
Een stripboekillustratie van een persoon die een druppelende gieter vasthoudt naast een tuinperk dat net is begoten.
infinitiveacabar de + [infinitive]
gerundacabando de...
past Participleacabado de...

📝 In Actie

¿Acabas de despertarte? ¡Son las diez!

A2

Ben jij net wakker geworden? Het is tien uur!

No puedes comer el pastel, acabas de cenar.

A2

Je mag de taart niet eten, jij hebt net gegeten.

Llegamos tarde, porque acabas de perder el autobús.

B1

We zijn te laat omdat jij net de bus gemist hebt.

Woordverbindingen

Synoniemen

  • recién (recentelijk)

Veelvoorkomende Collocaties

  • acabar de hablarnet gesproken hebben
  • acabar de llegarnet aangekomen zijn

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedacaba
yoacabo
acabas
ellos/ellas/ustedesacaban
nosotrosacabamos
vosotrosacabáis

imperfect

él/ella/ustedacababa
yoacababa
acababas
ellos/ellas/ustedesacababan
nosotrosacabábamos
vosotrosacababais

preterite

él/ella/ustedacabó
yoacabé
acabaste
ellos/ellas/ustedesacabaron
nosotrosacabamos
vosotrosacabasteis

subjunctive

present

él/ella/ustedacabe
yoacabe
acabes
ellos/ellas/ustedesacaben
nosotrosacabemos
vosotrosacabéis

imperfect

él/ella/ustedacabara
yoacabara
acabaras
ellos/ellas/ustedesacabaran
nosotrosacabáramos
vosotrosacabarais

Vertaal naar het Spaans

Woorden die vertaald worden als "acabas" in het Spaans:

jij beëindigt

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: acabas

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'acabas' correct om uit te drukken dat een actie zojuist plaatsvond?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

Het werkwoord 'acabar' komt van de Latijnse uitdrukking *ad caput* (naar het hoofd/naar het einde). In de loop van de tijd evolueerde deze uitdrukking naar het Spaanse werkwoord dat 'het einde bereiken' of 'afmaken' betekent.

Eerste vermelding: Mid-13th century (Old Spanish)

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: acabarCatalan: acabar

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen 'acabas' en 'terminas'?

Beide betekenen 'jij maakt af' en zijn vaak uitwisselbaar. 'Terminas' (van 'terminar') is in sommige regio's misschien iets formeler, maar voor dagelijks gebruik kun je 'acabas' zonder zorgen gebruiken.

Hoe zeg ik 'Ik heb net afgemaakt' met dit werkwoord?

Je zou de 'yo'-vorm van het werkwoord gebruiken: 'Yo acabo de terminar' (Ik heb net afgemaakt).