ataca
“ataca” betekent “hij/zij/het valt aan” in het Spaans (3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (indicatief)).
hij/zij/het valt aan, u valt aan, Val aan!
Ook: hij/zij bekritiseert, het treft/beïnvloedt
📝 In Actie
El perro ataca si te acercas a su plato.
A2De hond valt aan als je bij zijn voerbak komt.
Siempre me ataca con críticas injustas.
B1Hij valt me altijd aan met onterechte kritiek.
¡Ataca! No dejes que se escape.
B1Val aan! Laat hem niet ontsnappen.
La enfermedad ataca el sistema nervioso.
B2De ziekte treft het zenuwstelsel.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: ataca
Vraag 1 van 2
Welke van deze zinnen gebruikt 'ataca' als een direct bevel?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord komt van het Oudfranse werkwoord *attaquer*, dat zelf afkomstig is van een Germaanse wortel, wat 'vastmaken' of 'zich vasthechten aan' betekende. De betekenis is geëvolueerd naar 'iemand of iets aanvallen of overvallen'.
Eerste vermelding: 13th century (in Spanish)
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'ataca' dezelfde vorm die gebruikt wordt voor 'u' (formeel) en 'hij/zij'?
Ja, 'ataca' is de standaard 3e persoon enkelvoud vorm, die gebruikt wordt voor 'él' (hij), 'ella' (zij) en 'usted' (u formeel). Bijvoorbeeld: 'Él ataca' (Hij valt aan) en 'Usted ataca' (U valt aan).
Hoe zeg ik 'Val niet aan!' met het informele bevel?
Aangezien 'atacar' een werkwoord is dat de speciale Aanvoegende Wijsvorm (Subjuntivo) vereist voor negatieve bevelen, zeg je: '¡No ataques!' (Let op de 'es'-uitgang).