crees
kreh-ess
/ˈkɾees/
Snelle Referentie
📝 In Actie
¿Crees que va a llover mañana?
A1Denk je dat het morgen gaat regenen?
¿Crees en fantasmas?
A1Geloof jij in geesten?
Si tú crees que es una buena idea, lo haré.
A2Als jij gelooft dat het een goed idee is, doe ik het.
No puedo creer que no me crees.
B1Ik kan niet geloven dat je me niet gelooft.
💡 Grammaticapunten
De 'Jij'-vorm (Tú-vorm)
'Crees' is de vorm van 'creer' (geloven/denken) die je gebruikt als je tegen één persoon praat die je goed kent (de 'tú'). De uitgang '-es' is een veelvoorkomend signaal voor de 'tú'-vorm van werkwoorden die eindigen op '-er'.
Om meningen te vragen
Om te vragen 'Denk jij dat...?', is het patroon bijna altijd '¿Crees que...?'. Het is een perfecte zin om gesprekken mee te beginnen.
❌ Veelgemaakte Fouten
Geloven 'in' versus Geloven 'dat'
Fout: “¿Crees en la película es buena?”
Correctie: Gebruik 'crees EN' voor dingen waar je in gelooft ('¿Crees en la magia?'). Gebruik 'crees QUE' om een mening te uiten ('¿Crees que la película es buena?').
⭐ Gebruikstips
Twijfel uiten
Als een vriend je iets verrassends vertelt, kun je gewoon vragen: '¿Tú crees?' met een vragende toon. Het werkt net als 'Echt?' of 'Denk je dat?' in het Nederlands.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: crees
Vraag 1 van 1
Welke zin vraagt correct aan iemand of hij in aliens gelooft?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'crees' en 'piensas'?
Ze lijken erg op elkaar en zijn vaak door elkaar te gebruiken! Over het algemeen gebruik je 'crees' voor overtuigingen of onderbuikgevoelens ('¿Crees en el destino?'). Gebruik 'piensas' wanneer je actief aan het nadenken of redeneren bent. Maar om te zeggen 'Ik denk dat...' zijn zowel 'creo que' als 'pienso que' erg gebruikelijk.
Is 'crees' formeel of informeel?
'Crees' is de informele 'jij' (tú). Als je tegen iemand formeel zou spreken (usted), zou je 'cree' gebruiken. Bijvoorbeeld: '¿Usted cree que es posible?'