Inklingo

hagas

AH-gahsˈa.ɣas

jij doet / jij maakt

Ook: jij mag doen / jij zou kunnen maken
WerkwoordB1irregular er
Een persoon die glimlachend kleurrijk beslag in een grote kom in een keukenomgeving mengt.
infinitivehacer
gerundhaciendo
past Participlehecho

📝 In Actie

Espero que hagas lo correcto.

B1

Ik hoop dat je het juiste doet.

Quiero que hagas la cena esta noche.

B1

Ik wil dat jij vanavond het avondeten maakt.

Es posible que hagas nuevos amigos en el viaje.

B2

Het is mogelijk dat je nieuwe vrienden maakt tijdens de reis.

Dudo que hagas todo el trabajo en una hora.

B2

Ik betwijfel of jij al het werk in één uur zult doen.

Woordverbindingen

Synoniemen

Antoniemen

Veelvoorkomende Collocaties

  • hagas la camajij het bed opmaakt
  • hagas un favorjij een gunst verleent
  • hagas la maletajij de koffer inpakt

niet doen / niet maken

WerkwoordA2irregular erinformal
Een grote, open hand die in een stopgebaar wordt opgeheven voor een klein kind dat op het punt staat op een trommel te slaan.
infinitivehacer
gerundhaciendo
past Participlehecho

📝 In Actie

¡No hagas eso, por favor!

A2

Doe dat alsjeblieft niet!

No hagas ruido mientras tu hermano duerme.

A2

Maak geen lawaai terwijl je broer slaapt.

No me hagas preguntas difíciles.

B1

Stel mij geen moeilijke vragen.

Woordverbindingen

Veelvoorkomende Collocaties

  • no hagas casonegeer het / let er niet op
  • no hagas trampaniet valsspelen

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedhace
yohago
haces
ellos/ellas/ustedeshacen
nosotroshacemos
vosotroshacéis

imperfect

él/ella/ustedhacía
yohacía
hacías
ellos/ellas/ustedeshacían
nosotroshacíamos
vosotroshacíais

preterite

él/ella/ustedhizo
yohice
hiciste
ellos/ellas/ustedeshicieron
nosotroshicimos
vosotroshicisteis

subjunctive

present

él/ella/ustedhaga
yohaga
hagas
ellos/ellas/ustedeshagan
nosotroshagamos
vosotroshagáis

imperfect

él/ella/ustedhiciera
yohiciera
hicieras
ellos/ellas/ustedeshicieran
nosotroshiciéramos
vosotroshicierais

✏️ Snelle oefening

Snelle Quiz: hagas

Vraag 1 van 2

Welke zin gebruikt 'hagas' correct?

📚 Meer bronnen

👥 Woordfamilie
🎵 Rijmwoorden
📚 Etymologie

'Hagas' komt van het werkwoord 'hacer', dat teruggaat tot het Latijnse werkwoord 'facere', wat 'doen' of 'maken' betekent. Veel Nederlandse woorden delen deze wortel, zoals 'fabriek' en 'factuur' (via het Latijnse 'factum').

Eerste vermelding: Forms of 'facere' have existed since ancient Latin.

Cognaten (Verwante woorden)

Portuguese: façasItalian: facciaFrench: fasses

💡 Beheers Spaans

Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!

Veelgestelde Vragen

Waarom zeg je 'no hagas' voor 'niet doen', maar 'haz' voor 'doen'?

Het is een lastige regel in het Spaans! Voor 'tú'-bevelen zijn de positieve (doe het!) en negatieve (doe het niet!) vormen vaak verschillend. 'Haz' is een speciale korte vorm voor het positieve bevel, terwijl 'no hagas' het reguliere patroon voor negatieve bevelen volgt.

Wanneer gebruik ik 'hagas' versus 'haces'?

Gebruik 'haces' voor feiten of vragen over wat iemand momenteel doet ('¿Qué haces?' - Wat ben je aan het doen?). Gebruik 'hagas' voor niet-feiten: wanneer je praat over wensen, twijfels, mogelijkheden, of als je iemand vertelt iets NIET te doen. Als je 'quiero que', 'espero que', 'dudo que' of 'no' voor een bevel ziet, heb je waarschijnlijk 'hagas' nodig.