miró
“miró” betekent “hij keek” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
hij keek, zij keek, u keek (formeel)
Ook: hij keek naar, hij wierp een blik
📝 In Actie
Él miró la foto y sonrió.
A1Hij keek naar de foto en glimlachte.
La niña miró a su madre buscando permiso.
A2Het meisje keek naar haar moeder, zoekend naar toestemming.
Usted miró el menú por diez minutos antes de ordenar.
A2U (formeel) keek tien minuten naar de menukaart voordat u bestelde.
hij overwoog, zij zorgde voor
Ook: hij besteedde aandacht aan
📝 In Actie
El comité miró todos los detalles antes de votar.
B1Het comité overwoog alle details voordat het stemde.
Ella miró por el bienestar de sus empleados.
B2Zij zorgde voor het welzijn van haar werknemers.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: miró
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'miró' correct om 'hij/zij overwoog' te betekenen?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
`Miró` komt van het Spaanse infinitief `mirar`, dat is geëvolueerd uit het Latijnse werkwoord *mirari*, wat 'zich verwonderen over' of 'staren' betekent. Deze wortel is ook de reden waarom we de Nederlandse woorden 'admireer' (bewonderen) en 'spiegel' (mirror) hebben!
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Is 'miró' hetzelfde als 'vio'?
Nee, ze lijken op elkaar maar zijn verschillend! 'Miró' (van 'mirar') betekent 'hij/zij keek' of 'besteedde aandacht aan'. Het impliceert intentie. 'Vio' (van 'ver') betekent 'hij/zij zag', wat simpelweg de handeling is van iets waarnemen zonder noodzakelijkerwijs te proberen.
Hoe weet ik of 'miró' verwijst naar 'él,' 'ella,' of 'usted'?
U heeft context nodig! Het Spaans laat het onderwerp vaak weg. Als de zin 'Miró el coche' is, moet u de omliggende conversatie raadplegen om te weten of 'Hij,' 'Zij,' of 'U (formeel)' de handeling uitvoerde. Als het onderwerp duidelijk is, zoals 'Mi padre miró el coche,' dan is het onderwerp 'Hij' (mi padre).

