susto
SOOS-toh
/ˈsusto/
📝 In Actie
¡Qué susto me diste! Pensé que era un ladrón.
A1Wat een schrik bezorgde je me! Ik dacht dat het een dief was.
Mi abuela se llevó un susto terrible con la tormenta.
A2Mijn oma kreeg een vreselijke schrik van de storm.
Después del susto, le ofrecí un vaso de agua para calmarla.
B1Na de schok bood ik haar een glas water aan om haar te kalmeren.
💡 Grammaticapunten
Gebruik van Susto: Geven en Krijgen
Om te zeggen dat iemand jou een schrik bezorgde, gebruik je dar (Me diste un susto). Om te zeggen dat je een schrik opliep, is de meest gebruikte werkwoord llevarse (Me llevé un susto).
❌ Veelgemaakte Fouten
Susto versus Miedo
Fout: “Het gebruik van 'Tengo susto' voor algemene angst.”
Correctie: *Susto* is voor een plotselinge, tijdelijke schok (zoals een jump scare). Voor een algemeen, aanhoudend gevoel van angst gebruik je *miedo* ('Tengo miedo'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'Ik heb angst' of 'Ik ben bang' zeggen, maar niet direct 'Ik heb een schrik' voor algemene angst.
⭐ Gebruikstips
Snelle Reacties
Wanneer je opgeschrikt wordt, kun je snel uitroepen '¡Qué susto!' of '¡Qué susto me has dado!' (Wat een schrik heb je me bezorgd!)
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: susto
Vraag 1 van 1
Welke zin beschrijft correct een plotselinge, korte verrassing?
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
📚 Meer bronnen
Veelgestelde Vragen
Wat moet ik zeggen als ik me wil verontschuldigen omdat ik iemand heb laten schrikken?
Je moet het werkwoord *dar* (geven) gebruiken. Je zou zeggen: 'Perdón, no quería darte un susto' (Sorry, ik wilde je geen schrik bezorgen).