Inklingo

Hoe zeg je "schrik" in het Spaans

Dutch → Spaans

miedo

/myeh-doh//ˈmje.ðo/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'miedo' voor een algemeen gevoel van angst of vrees, vaak voor iets specifieks of onbekends.
Een klein, wijdogig kind kruipt ineengedoken onder een felgekleurde deken en kijkt nerveus naar de vloer waar lange, overdreven blauwe schaduwen worden geworpen door een onzichtbare lichtbron.

Voorbeelden

Tengo miedo de la oscuridad.

Ik ben bang voor het donker.

El niño gritó de miedo al ver el monstruo.

Het kind schreeuwde van angst toen het het monster zag.

No tengas miedo, es solo un perro pequeño.

Wees niet bang, het is maar een kleine hond.

Het gebruik van 'Tener' voor angst

In het Spaans 'bent' u niet bang, u 'heeft' angst. Gebruik altijd het werkwoord tener (hebben). Bijvoorbeeld, 'Tengo miedo' (Ik heb angst) betekent letterlijk 'Ik ben bang'.

Zeggen waar je bang VOOR bent

Om te zeggen waar je bang voor bent, gebruik je tener miedo a of tener miedo de. Beide zijn correct! Bijvoorbeeld, Tengo miedo a las arañas of Tengo miedo de las arañas betekenen allebei 'Ik ben bang voor spinnen'.

Zeggen 'Soy miedo'

Fout:Een veelgemaakte fout is 'Soy miedo' zeggen om 'Ik ben bang' te betekenen.

Correctie: De juiste manier is 'Tengo miedo'. Onthoud dat angst in het Spaans iets is wat je *hebt*, niet iets wat je *bent*.

susto

SOOS-toh/ˈsusto/

zelfstandig naamwoordA2neutraal
Gebruik 'susto' voor een plotselinge, kortstondige schrik of opschrikking, vaak veroorzaakt door een onverwachte gebeurtenis.
Een klein, cartoonesk konijn staat bevroren, met grote ogen en de oren recht omhoog, wat een plotselinge schok van verrassing en angst toont.

Voorbeelden

¡Qué susto me diste! Pensé que era un ladrón.

Wat een schrik bezorgde je me! Ik dacht dat het een dief was.

Mi abuela se llevó un susto terrible con la tormenta.

Mijn oma kreeg een vreselijke schrik van de storm.

Después del susto, le ofrecí un vaso de agua para calmarla.

Na de schok bood ik haar een glas water aan om haar te kalmeren.

Gebruik van Susto: Geven en Krijgen

Om te zeggen dat iemand jou een schrik bezorgde, gebruik je dar (Me diste un susto). Om te zeggen dat je een schrik opliep, is de meest gebruikte werkwoord llevarse (Me llevé un susto).

Susto versus Miedo

Fout:Het gebruik van 'Tengo susto' voor algemene angst.

Correctie: *Susto* is voor een plotselinge, tijdelijke schok (zoals een jump scare). Voor een algemeen, aanhoudend gevoel van angst gebruik je *miedo* ('Tengo miedo'). Dit is anders dan in het Nederlands, waar we 'Ik heb angst' of 'Ik ben bang' zeggen, maar niet direct 'Ik heb een schrik' voor algemene angst.

pánico

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik 'pánico' wanneer de schrik leidt tot een overweldigende, panische reactie waarbij iemand de controle verliest.

Voorbeelden

Cuando vio el humo, entró en pánico y no supo qué hacer.

Toen hij de rook zag, raakte hij in paniek en wist hij niet wat hij moest doen.

Miedo vs. Susto

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'miedo' (algemene angst) met 'susto' (plotselinge schrik). Denk eraan: 'susto' is een momentopname, terwijl 'miedo' een meer aanhoudend gevoel kan zijn.

Gerelateerde vertalingen

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.