Inklingo

Hoe zeg je "paniek" in het Spaans

Dutch → Spaans

pánico

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik dit woord voor een plotselinge, overweldigende en vaak irrationele angst die iemands reactievermogen beïnvloedt.

Voorbeelden

Cuando vio el humo, entró en pánico y no supo qué hacer.

Toen hij de rook zag, raakte hij in paniek en wist hij niet wat hij moest doen.

alarma

ah-LAHR-mah/aˈlaɾma/

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik dit woord om een toestand van onrust, bezorgdheid of waakzaamheid aan te duiden, vaak veroorzaakt door een dreigende gebeurtenis of slecht nieuws.
Een cartoontekening van een jong kind dat er erg bang uitziet, met grote ogen en zijn handen bij zijn borst gehouden.

Voorbeelden

La caída de la bolsa causó una gran alarma social.

De beurscrash veroorzaakte grote maatschappelijke onrust (bezorgdheid).

El doctor dijo que no había motivo para la alarma.

De dokter zei dat er geen reden tot paniek was.

Trató de no mostrar alarma ante la situación.

Hij probeerde geen paniek (alarm) te tonen gezien de situatie.

Gebruik van 'Causar'

Wanneer je praat over een gebeurtenis die dit gevoel creëert, gebruik je het werkwoord 'causar' (veroorzaken): 'El ruido causó alarma entre los vecinos' (Het lawaai veroorzaakte onrust onder de buren).

terror

teh-ROHR/teˈror/

zelfstandig naamwoordB1neutraal
Gebruik dit woord voor extreme angst of vrees, vaak veroorzaakt door iets dat als zeer bedreigend of gruwelijk wordt ervaren.
Een klein, eenvoudig figuurtje met zeer grote ogen en een angstige uitdrukking klemt zijn handen tegen zijn gezicht, wat extreme, intense angst illustreert.

Voorbeelden

El terremoto causó un terror generalizado entre la población.

De aardbeving veroorzaakte wijdverbreide terreur onder de bevolking.

Sentí un terror horrible cuando se apagaron todas las luces.

Ik voelde een vreselijke vrees toen alle lichten uitgingen.

La película de terror me mantuvo despierto toda la noche.

De horrortitel hield me de hele nacht wakker.

Gebruik van 'Tener' versus 'Sentir'

Je kunt het werkwoord 'tener' (hebben) of 'sentir' (voelen) gebruiken met 'terror': 'Tengo terror' (Ik heb terreur) of 'Siento terror' (Ik voel terreur). Beide zijn heel gebruikelijk.

Verkeerd Geslacht

Fout:La terror

Correctie: El terror. Hoewel het eindigt op '-or', is 'terror' altijd een mannelijk zelfstandig naamwoord, dus gebruik 'el' of 'un'.

Pánico vs. Alarma

De meest gemaakte fout is het verwarren van 'pánico' met 'alarma'. 'Pánico' beschrijft de interne, overweldigende angst van een persoon, terwijl 'alarma' meer duidt op een externe staat van onrust of waakzaamheid in een groep of samenleving.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.