gusto
“gusto” betekent “plezier” in het Spaans. Het heeft 3 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
plezier
Ook: genoegen
📝 In Actie
Mucho gusto en conocerte.
A1Aangenaam kennis te maken.
Lo hice con mucho gusto.
A2Ik deed het met veel plezier.
¿Te ayudo con las bolsas? — ¡Claro, con gusto!
B1Moet ik je helpen met de tassen? — Natuurlijk, met plezier!
smaak
Ook: aroma
📝 In Actie
La sopa tiene un gusto a ajo.
A2De soep heeft een knoflooksmaak.
El sentido del gusto nos permite disfrutar la comida.
B1De smaakzin stelt ons in staat om van eten te genieten.
Este queso deja un gusto amargo en la boca.
B1Deze kaas laat een bittere smaak achter in de mond.
smaak
Ook: voorkeur, stijl
📝 In Actie
Mi hermana tiene muy buen gusto para la decoración.
B1Mijn zus heeft erg goede smaak in decoratie.
Hay libros para todos los gustos.
B1Er zijn boeken voor alle smaken.
Ese tipo de película no es de mi gusto.
B2Dat soort films is niet naar mijn smaak.
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: gusto
Vraag 1 van 1
Welke zin gebruikt 'gusto' om te praten over iemands persoonlijke stijl of voorkeur?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Komt rechtstreeks van het Latijnse woord 'gustus', wat 'smaak', 'aroma' of 'een proeverij' betekende. Dit kerngedachte van iets ervaren, of het nu met de mond of de geest is, is in al zijn moderne Spaanse betekenissen behouden gebleven.
Eerste vermelding: Around the 12th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wat is het verschil tussen 'gusto' en 'sabor'?
Ze kunnen allebei 'smaak' betekenen, maar er is een klein verschil. 'Sabor' is gebruikelijker voor de specifieke smaak van een voedingsmiddel (bijv. 'sabor a chocolate'). 'Gusto' kan ook smaak betekenen, maar wordt ook gebruikt voor de algemene smaakzin ('el sentido del gusto') en voor plezier ('mucho gusto'). Denk aan 'sabor' als 'aroma/specifieke smaak' en 'gusto' als 'smaak' in al zijn betekenissen.
Hoe is het zelfstandig naamwoord 'gusto' gerelateerd aan het werkwoord 'gustar'?
Ze komen van dezelfde wortel! 'Gusto' is het gevoel van plezier of sympathie. Het werkwoord 'gustar' betekent letterlijk 'bevallen'. Daarom zeg je in het Spaans 'Me gusta el chocolate' (Chocolade bevalt mij) in plaats van 'Yo gusto el chocolate'. Het zelfstandig naamwoord 'gusto' is het ding dat het werkwoord 'gustar' beschrijft.


