tiró
“tiró” betekent “gooide” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
gooide, wierp
Ook: gooide omver
📝 In Actie
Ella tiró la basura en el contenedor azul.
A2Zij gooide het afval in de blauwe container.
Mi perro tiró mi zapato debajo de la cama.
A2Mijn hond gooide mijn schoen onder het bed.
Usted tiró la toalla, ¿verdad? Es hora de rendirse.
B1Je hebt de handdoek gegooid, hè? Het is tijd om op te geven. (Figuurlijk)
schoot, nam (een foto)
Ook: trapte
📝 In Actie
El policía tiró al suelo para evitar la bala.
B1De politieagent wierp zich op de grond om de kogel te ontwijken.
El fotógrafo tiró una foto espectacular del paisaje.
B1De fotograaf nam een spectaculaire foto van het landschap.
El delantero tiró a puerta pero falló.
B2De spits schoot op doel maar miste.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: tiró
Vraag 1 van 2
Welke van deze acties beschrijft de betekenis van 'tiró' in de zin: 'El niño tiró de la cuerda.'
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
Het werkwoord 'tirar' komt van het Latijnse woord *tirare*, wat oorspronkelijk 'eruit trekken' of 'trekken' betekende. Na verloop van tijd werd de betekenis breder en omvatte het krachtige acties zoals gooien en schieten.
Eerste vermelding: Medieval Spanish
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe verschilt 'tiró' van 'lanzó'?
'Tiró' (van tirar) en 'lanzó' (van lanzar) betekenen beide 'gooide'. 'Lanzar' impliceert vaak een meer doelbewuste, krachtige of langeafstandsworp (zoals het lanceren van een raket of het werpen van een speer). 'Tirar' is algemener en gebruikelijker voor alledaagse handelingen zoals afval weggooien of een bal tossen.
Waarom heeft 'tiró' een accentteken?
Het accentteken op de 'o' is essentieel! Het geeft aan dat deze werkwoordsvorm in de simpele verleden tijd (pretérito) staat en hoort bij de derde persoon enkelvoud (hij, zij, of beleefd U). Zonder accent ('tiro') betekent het 'ik gooi' (tegenwoordige tijd).

