vendió
“vendió” betekent “verkocht” in het Spaans. Het heeft 2 verschillende betekenissen, afhankelijk van de context:
verkocht
Ook: kwijtgeraakt (door verkoop)
📝 In Actie
Mi hermano vendió su colección de cómics el año pasado.
A1Mijn broer verkocht vorig jaar zijn stripboekencollectie.
¿Quién vendió esta casa tan rápido?
A2Wie verkocht dit huis zo snel?
Usted vendió la idea antes de que yo pudiera decir algo.
B1U (formeel) verkocht het idee voordat ik iets kon zeggen.
verraadde
Ook: compromitteerde
📝 In Actie
Todo el equipo sintió que el capitán los vendió por un contrato mejor.
C1Het hele team had het gevoel dat de aanvoerder hen verraadde voor een beter contract.
La prensa dijo que el político vendió sus principios.
B2De pers zei dat de politicus zijn principes compromitteerde.
🔄 Vervoegingen
indicative
present
imperfect
preterite
subjunctive
present
imperfect
Vertaal naar het Spaans
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: vendió
Vraag 1 van 2
Welke zin gebruikt 'vendió' in zijn figuurlijke zin (verraad)?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
🎵 Rijmwoorden▼
📚 Etymologie▼
Het woord 'vender' komt van het Latijnse *vendere*, wat een combinatie is van *venum* (wat 'verkoop' of 'prijs' betekent) en *dare* (wat 'geven' betekent). De oorspronkelijke gedachte was dus 'geven voor een prijs'.
Eerste vermelding: 13th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Hoe verschilt 'vendió' van 'vendía'?
'Vendió' is de onvoltooid verleden tijd (preteritum) en wordt gebruikt voor enkele, voltooide gebeurtenissen ('Hij verkocht de fiets gisteren'). 'Vendía' is de beschrijvende verleden tijd (imperfectum) en wordt gebruikt voor gewoonten, beschrijvingen of voortdurende acties in het verleden ('Hij verkocht vroeger fietsen').
Verwijst 'vendió' altijd naar een persoon?
Nee. Hoewel het vaak verwijst naar 'él' of 'ella' (hij of zij), kan het ook verwijzen naar 'usted' (u formeel) of een levenloos object of entiteit ('De winkel verkocht alles').

