Hoe zeg je "altaar" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “altaar” is “altar” — B1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
El sacerdote se acercó al altar para oficiar la misa.
De priester naderde het altaar om de mis op te dragen.
En México, la gente construye altares de muertos en noviembre.
In Mexico bouwen mensen altaren voor de doden in november.
La iglesia tiene un hermoso altar tallado en madera antigua.
De kerk heeft een prachtig altaar, gesneden uit antiek hout.
Mannelijk Zelfstandig Naamwoord
Hoewel 'altar' eindigt op 'r' (wat soms vrouwelijk kan zijn in het Nederlands, zoals 'de deur'), is het in het Spaans altijd een mannelijk woord: 'el altar'. Vergelijk dit met het Nederlandse 'het altaar' (onzijdig), maar let op de Spaanse regel.
Verwarring over het geslacht
Fout: “La altar es grande.”
Correctie: El altar es grande. (Het moet het mannelijke lidwoord 'el' krijgen, in tegenstelling tot het Nederlandse 'het'.)
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.