Hoe zeg je "dag" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “dag” is “chau” — gebruik 'chau' als een informele groet om afscheid te nemen, vergelijkbaar met 'doei' of 'dag' in het Nederlands..
chau
/chow/ (rhymes with 'now')/ˈtʃau/

Voorbeelden
Bueno, me voy. ¡Chau!
Nou, ik ga. Doei!
Chau, mamá, nos vemos más tarde.
Doei, mam, tot later.
Le dije chau y colgué el teléfono.
Ik zei 'chau' tegen hem en hing de telefoon op.
Het gebruik van 'Chau' als begroeting
In tegenstelling tot het Italiaanse 'ciao', dat zowel hallo als dag kan betekenen, wordt het Spaanse 'chau' ALLEEN gebruikt bij het weggaan of afscheid nemen.
Gebruik het niet om 'Hallo' te zeggen
Fout: “Het gebruiken van 'chau' wanneer je aankomt op een feestje.”
Correctie: Gebruik 'hola' bij aankomst en 'chau' bij vertrek.
día
Voorbeelden
La semana tiene siete días.
De week heeft zeven dagen.
Chau vs. Día
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
