Hoe zeg je "dennenboom" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “dennenboom” is “pino” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.

Voorbeelden
Hay muchos pinos en esta montaña.
Er staan veel dennenbomen op deze berg.
Compré una mesa hecha de madera de pino.
Ik kocht een tafel van grenenhout.
El bosque olía a pino fresco después de la lluvia.
Het bos rook naar verse dennen na de regen.
Geslacht van bomen
In het Spaans zijn de meeste boomnamen mannelijk (el pino, el naranjo, el olivo), zelfs als hun vrucht vrouwelijk is. Dit is anders dan in het Nederlands, waar de meeste boomnamen vrouwelijk zijn (de den, de appelboom, de olijfboom).
Pino vs. Piña
Fout: “Het woord 'pino' gebruiken voor de vrucht.”
Correctie: Gebruik 'piña' voor de vrucht (ananas) en 'pino' voor de boom (den).
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.