Hoe zeg je "deur" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “deur” is “puerta” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
NounA1
van een huis, kamer, auto of gebouw

Voorbeelden
Cierra la puerta, por favor.
Doe de deur dicht, alstublieft.
Mi coche tiene cinco puertas.
Mijn auto heeft vijf deuren.
Alguien está llamando a la puerta.
Er wordt op de deur geklopt.
Altijd Vrouwelijk
Zoals de meeste Spaanse zelfstandige naamwoorden die eindigen op '-a', is 'puerta' een vrouwelijk woord. Dit betekent dat je er altijd 'la' (de) of 'una' (een) mee gebruikt. Bijvoorbeeld: 'la puerta roja' (de rode deur).
Het verkeerde lidwoord gebruiken
Fout: “El puerta está abierto.”
Correctie: La puerta está abierta. Onthoud dat 'puerta' vrouwelijk is, dus het heeft het vrouwelijke lidwoord 'la' nodig voor 'de'.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.