Inklingo

Hoe zeg je "droeg" in het Spaans

Het meest gebruikte Spaanse woord voordroegis llevabagebruik 'llevaba' als het gaat om het fysiek bij je hebben of dragen van objecten, of het dragen van kleding en accessoires in een doorlopende situatie in het verleden..

Dutch → Spaans

llevaba

/yeh-VAH-bah//ʝeˈβaβa/

verbA1algemeen
Gebruik 'llevaba' als het gaat om het fysiek bij je hebben of dragen van objecten, of het dragen van kleding en accessoires in een doorlopende situatie in het verleden.
Een jong persoon die een grote, geweven mand vol rode appels draagt.

Voorbeelden

Ella siempre llevaba un paraguas en el bolso.

Ze droeg altijd een paraplu in haar tas.

Yo llevaba todas las cajas grandes a la camioneta.

Ik was alle grote dozen naar de vrachtwagen aan het dragen.

Cuando vivíamos allí, la gente llevaba sombreros tradicionales.

Toen we daar woonden, droegen mensen gewoonlijk traditionele hoeden.

Cuando la conocí, ella siempre llevaba gafas de sol.

Toen ik haar ontmoette, droeg ze altijd een zonnebril.

Focus op de Imperfecto

Deze vorm ('llevaba') beschrijft een actie die in het verleden vaak gebeurde (gewoonte) of een actie die gaande was toen er iets anders gebeurde.

Uiterlijk Beschrijven

Gebruik de imperfecte vorm ('llevaba') om te beschrijven hoe iemand eruitzag of wat hij/zij aan had als achtergronddetail in een verhaal uit het verleden.

Imperfecto versus Pretérito

Fout:Het gebruik van 'llevó' (hij droeg eenmalig, voltooid) in plaats van 'llevaba' (hij droeg gewoonlijk, gewoonte).

Correctie: 'Llevaba' is voor routines of achtergrondbeschrijvingen; 'llevó' is voor een enkele, afgeronde gebeurtenis.

ponía

verbA2algemeen
Gebruik 'ponía' wanneer het Nederlandse 'droeg' slaat op het aantrekken of opzetten van kleding of accessoires, vaak als een gewoonte of voor een specifieke gelegenheid.

Voorbeelden

Mi abuela ponía un pañuelo en la cabeza para ir a misa.

Mijn oma zette een hoofddoek op haar hoofd om naar de mis te gaan.

trajo

/TRAH-ho//ˈtɾaxo/

verbA1algemeen
Gebruik 'trajo' om een voltooide actie in het verleden aan te duiden waarbij iemand iets naar een bepaalde plek bracht; dit is vergelijkbaar met 'bracht' in het Nederlands.
Een lachende vrouw die naast een houten tafel staat. Op tafel staat een felgekleurde verjaardagstaart die ze net heeft neergezet, wat de voltooide handeling van het brengen van een voorwerp illustreert.

Voorbeelden

Ella trajo la pizza a la fiesta.

Zij bracht de pizza naar het feest.

El presidente trajo un mensaje de paz.

De president bracht een vredesboodschap.

La tormenta trajo muchos problemas a la ciudad.

De storm veroorzaakte veel problemen voor de stad.

Een Verleden Tijd Vorm (Pretérito)

Deze vorm geeft aan dat de actie van 'brengen' op één specifiek moment in het verleden is voltooid. Het is vergelijkbaar met de onvoltooid verleden tijd in het Nederlands: 'hij/zij bracht'.

Onregelmatigheid in het Verleden

Let op het 'j'-geluid! De meeste werkwoorden die regelmatig zijn in de verleden tijd (zoals 'habló') hebben deze verandering niet. Traer gebruikt 'trajo' in plaats van het verwachte 'traó'.

De 'J' Vergeten

Fout:Él traió el café.

Correctie: Él trajo el café. (Onthoud altijd de 'j' in de verleden tijdsvormen van *traer*.)

Verwarring tussen dragen en brengen

De meest voorkomende fout is het verwarren van 'llevaba' (meenemen/dragen) met 'trajo' (brengen). 'Llevaba' beschrijft een continue staat van iets bij je hebben, terwijl 'trajo' een eenmalige actie van het ergens naartoe brengen aangeeft.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.