Hoe zeg je "familie" in het Spaans
Het meest gebruikte Spaanse woord voor “familie” is “familia” — gebruik 'familia' voor de meest directe vertaling van het Nederlandse woord 'familie', verwijzend naar ouders, kinderen en andere directe bloed- of aanverwanten..
familia
/fa-MEE-lee-ah//faˈmi.lja/

Voorbeelden
Mi familia vive en Argentina.
Mijn familie woont in Argentinië.
Tengo una familia muy grande.
Ik heb een heel grote familie.
La familia es lo más importante para mí.
Familie is het allerbelangrijkste voor mij.
El español pertenece a la familia de las lenguas romances.
Het Spaans behoort tot de familie van de Romaanse talen.
Altijd Vrouwelijk
Hoewel een familie zowel mannen als vrouwen omvat, is het woord 'familia' altijd vrouwelijk. Dit betekent dat je altijd 'la familia' (de familie) of 'una familia' (een familie) zegt. Dit is anders dan in het Nederlands, waar 'de familie' geen vast genus heeft.
Verwarring tussen 'Familia' en 'Parientes'
Fout: “Todos mis parientes viven en mi casa.”
Correctie: Mi familia vive en mi casa. 'Familia' is beter voor je directe huishouden. 'Parientes' betekent al je verwanten, inclusief verre neven en nichten met wie je misschien niet samenwoont.
familia
Voorbeelden
El español pertenece a la familia de las lenguas romances.
Het Spaans behoort tot de familie van de Romaanse talen.
gente
Voorbeelden
En Navidad, siempre voy a ver a mi gente.
Met Kerstmis ga ik altijd naar mijn familie/mensen kijken.
Familia vs. Gente
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.
