Inklingo

Hoe zeg je "ik toon" in het Spaans

Dutch → Spaans

enseño

en-SEH-nyo/enˈse.ɲo/

verbA2neutraal
Gebruik 'enseño' als je iets fysieks aan iemand laat zien, zoals een object of je bezit.
Een close-up van een hand die een enkele, heldergele bloem omhoog houdt ter tentoongestelling tegen een zachte, kleurrijke achtergrond.

Voorbeelden

Te enseño mi nuevo coche.

Ik toon je mijn nieuwe auto.

Enseño la identificación al guardia de seguridad.

Ik toon de identificatie aan de beveiliger.

Enseño los resultados de mi examen.

Ik toon de resultaten van mijn examen.

Gebruik van 'Le' of 'Les'

Wanneer je iets aan iemand toont, gebruik je vaak de kleine woorden 'le' (aan hem/haar/het) of 'les' (aan hen) vóór 'enseño'. Voorbeeld: 'Le enseño el mapa' (Ik toon hem/haar de kaart).

presento

/pre-SEN-toh//pɾeˈsento/

verbB1neutraal
Gebruik 'presento' wanneer je iets nieuws introduceert of tentoonstelt, zoals een product, een project of een idee, vaak in een formelere setting.
Een persoon trekt een groot rood gordijn terug om trots een kleurrijk, eenvoudig sculptuur op een sokkel te onthullen.

Voorbeelden

En la feria presento mi nueva línea de ropa.

Op de beurs toon/exposeer ik mijn nieuwe kledinglijn.

Presento una obra de teatro la próxima semana.

Ik presenteer volgende week een toneelstuk.

Het verschil tussen 'enseñar' en 'presentar'

De meest gemaakte fout is het gebruiken van 'enseño' wanneer je eigenlijk iets nieuws wilt introduceren of presenteren. 'Presentar' is geschikter voor de introductie van nieuwe concepten of producten, terwijl 'enseñar' meer gericht is op het laten zien van bestaande dingen.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.