Inklingo

Hoe zeg je "jij factureert" in het Spaans

Het Spaanse woord voorjij factureertis facturasB1 niveau.

Dutch → SpaansB1
VerbB1
Tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (tú)
Een paar handen die een kroontjespen vasthouden en actief een gestileerd officieel zegel op een stuk papier tekenen dat op een houten kasboek ligt, wat de handeling van factureren illustreert.

Voorbeelden

Si facturas el equipaje, asegúrate de que no pese mucho.

Als je de bagage aangeeft, zorg er dan voor dat deze niet te veel weegt.

¿A quién facturas por estos servicios?

Aan wie factureer jij deze diensten?

¡Facturas el doble que el año pasado!

Jij verdient/brengt twee keer zoveel in rekening als vorig jaar!

Regulier -AR Werkwoord

Het werkwoord facturar volgt het eenvoudigste vervoegingspatroon (zoals hablar of cantar), waardoor het gemakkelijk te gebruiken is in alle tijden.

De handelingen door elkaar halen

Fout:*Facturar* betekent niet 'de rekening betalen'.

Correctie: *Facturar* betekent 'de rekening opmaken' of 'bagage inchecken'. Om de rekening te betalen, gebruik je *pagar la factura*.

Leer Spaans met Inklingo

Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.