Hoe zeg je "koor" in het Spaans
Het Spaanse woord voor “koor” is “coro” — A1 niveau. Dit is een veelgebruikt woord in het dagelijks Spaans.
Dutch → SpaansA1
nounA1
zingende groep

Voorbeelden
El coro de niños cantó en la misa de Navidad.
Het kinderkoor zong tijdens de kerstmis.
El director del coro nos pidió que practicáramos más fuerte.
De koordirigent vroeg ons harder te oefenen.
Geslacht Herinnering
Hoewel dit woord naar een groep mensen verwijst, is het een mannelijk zelfstandig naamwoord ('el coro'). In het Nederlands is 'koor' onzijdig ('het koor'), wat een verschil is om op te merken.
Gerelateerde vertalingen
Leer Spaans met Inklingo
Interactieve verhalen, gepersonaliseerd leren en meer.